Wie rondreist door Madagascar reist, merkt het snel genoeg. Was Charles Darwin hier geweest op zijn rondreis dan was hij waarschijnlijk ook tot zijn evolutietheorie gekomen. De dieren hier hebben zich door de afgelegen locatie anders ontwikkeld dan op andere plekken.

Het land is het beste via een rondreis te bezoeken, waarbij vaak diverse natuurparken door middel van wandelingen met een gids op het programma staan. Ranomafana is daarvan het meest bekend. Dit regenwoud telt veel soorten dieren, waaronder veel lemuren (halfapen).

Het nationaal park Masoala is tevens boeiend, omdat hier het regenwoud de kust bereikt. Waardoor hier zowel de diersoorten in het bos te zien zijn, als het koraalrif. Tsingy de Bemaraha biedt een ongewoon karstlandschap, glooiende heuvels, tropisch regenwoud, meren, mangroven en de rivier de Manambolo.

Isalo kent ook kalkstenen rotsformaties uit het Juratijdperk. Het Perinet-Mantadia National Park (bekend als Perinet) wordt vooral bezocht om de indri te zoeken, de grootste lemurensoort. Ook de vallei van de baobabs in het zuiden van het land is beroemd, vooral van foto’s.