Tikal was één van de grootste steden uit het Maya-rijk. Misschien wel de grootste van allemaal. Ook nu nog torenen diverse tempels hoog boven de dichte jungle van Guatemala uit.

Tikal (of Tik’al) was ooit één van de grootste steden uit het Maya-rijk. De restanten ervan staan nog fier in de dichte jungle van Guatemala. Maar langzaam lijkt de jungle de strijd te gaan winnen. Al torenen extreem hoge piramiden nog boven het woud uit. Dit is Maya-kunst ten voeten uit; Moeder Natuur doet de rest.

De stad had eeuwenlang een mythische lading. Niemand wist of ze wel bestond, totdat in 1848 een groep Guatemalteekse ontdekkingsreizigers op de resten stuitte. Maar het bewijs kwam pas toen aan het einde van dezelfde eeuw de avonturiers Alfred Maudsley en Theobert Maler foto’s maakten van de stad. Ze zagen totaal overwoekerde ruïnes, die langzaam aan het oog werden onttrokken. Dit tweetal heeft talloze ruïnes in Midden-Amerika onderzocht.

Pas aan het begin van de 20e eeuw werd de omvang duidelijk toen de stad in kaart werd gebracht. Geen eenvoudige klus, inmiddels zijn meer dan 3.000 monumenten bloot gelegd. Het duurde tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw voordat de stad was blootgelegd. En werd duidelijk dat de vele piramidetempels van een belangrijke beschaving uit het verleden kwamen.

Maar toen kwamen de vragen: Wat was de rol van deze stad? Hoe verhield die zich met andere Maya-steden? En, uit welke tijd stamt deze stad? Deze kennis kregen de wetenschappers via stèles, oftewel uit stenen gehouwen tabletten of pilaren. Tientallen van deze tabletten werden gevonden bij de diverse gebouwen.

Tikal
De ruïnes van Tikal torenen boven de jungle uit. Guillén Pérez

Wetenschappers ontcijferden de taal, die te zien was op in reliëf gebeeldhouwde voorstellingen. Ze verhaalden over de vorsten van de stad, maar ook over belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis. De oudste, ook wel bekend als stèle 29, is de oudste van alle Maya-stèles ter wereld. Hij is gedateerd op 292 na Chr. Dit wordt wel gezien als het begin van de Klassieke Periode, oftewel het begin van de hoogtijdagen van het Maya-rijk.

Uit onderzoek is gebleken dat de Maya’s ongeveer elke twintig jaar zo’n stèle maakten voor een vorst. Hun namen luiden onder meer Jaguarklauw en Stormhemel. Ook valt op de beschreven stenen te lezen hoe ze overwinningen op andere volkeren behaalden en bondgenootschappen sloten.

Tikal ligt strategisch op een kruising van wegen, terwijl water via waterreservoirs altijd in de buurt was. De piramiden in Tikal dienden als grafmonument. Wetenschappers hebben diverse grafkamers met sieraden van jade, dodenmaskers en beschilderd aardewerk gevonden. Sommige gebouwen dienden als onderbouw voor tempels. De meeste dateren uit de 5e tot en met de 9e eeuw.

De stad bestond uit tempels, hoven, paleizen en woningen voor het volk. Maar de tempels zijn het visitekaartje. Opmerkelijk is dat de tempels buitengewoon hoog zijn. Zo is Tempel IV bijna 70 meter hoog. Daarmee is Tikal de enige Maya-stad die zulke hoge tempels heeft. De gedachte is dat ze zo hoog zijn om boven het regenwoud uit te torenen. Gedurende hun groei bleven de Maya’s gebouwen toevoegen.

Wetenschappers hebben zich lang afgevraagd waaraan Tikal ten onder is gegaan. In 2002 werden bij een andere opgraving in Guatemala (Dos Pilas) stèles gevonden die het echte verhaal vertelden. Jarenlang werd gedacht dat Calakmul, een Maya-stad in het huidige Mexico, een goede bondgenoot was.

Maar het bleek tevens de grootste vijand te zijn. Eerst won Tikal in 711 na Chr. een groots gevecht. Wat vervolgens vele jaren van bloei en welvaart betekende. In deze hoogtijdagen woonden er zo’n 200.000 mensen in Tikal.

De eeuwige strijd leidde ook tot de ondergang van Tikal, al is de precieze reden onduidelijk. Op de laatste stèle staat het jaartal 869. En daarna stopt de chronologische telling. Er is één maar, wetenschappers gaan er van uit tot nu toe slechts 15 procent van de stad te hebben gevonden. En dat voor een stad die toch al te boek staat als de grootste opgraving van Midden-Amerika.

Bijna alle tempels van Tikal zijn toegankelijk voor bezoekers. De meeste gebouwen zijn inmiddels vrijgemaakt van struiken, bomen en onkruid. Anderen worden langzaam door de natuur opgeslokt. Het hoort bij een bezoek aan Tikal. Een deel van de rijke geschiedenis kan je hier zien, maar niet alles. Simpelweg omdat de moderne mens nog niet alles van de Maya’s heeft achterhaald.

Beste tijd:
In december tot en met februari is het klimaat het meest mensvriendelijk. De nachten zijn koeler, net als de ochtenden. Maart en april zijn de heetste en droogste maanden, terwijl het vochtige seizoen van mei tot en met eind oktober loopt. En soms tot eind november. De toeristen lopen hier vooral van kerstmis tot Pasen rond. Maar ook juli en augustus kunnen redelijk druk zijn.

Let op!
Het kan ik Tikal erg druk worden met toeristen. Zeker na tienen als de grote toeristenbussen komen. Wees er dus vroeg bij en zorg dat je rond het middaguur op de afgelegen delen bent.

Meer informatie:
www.tikalpark.com
www.tikalnationalpark.org

Maya's