Het Central Balkan National Park omvat bergen, eeuwenoude beukenbossen en talloze watervallen. De mens heeft een haat-liefdeverhouding met dit ruige gebied. De Balkan heeft iets magisch, maar vooral ook iets onbekends. Deze 600 kilometer lange bergketen biedt nog een ongerepte wildernis.

‘Heldere ochtendzon’, dat is de oorspronkelijke betekenis van het woord Balkan. Het is meer een wens van de lokale bevolking dan een kenmerk van het park: het is hier opvallend vaak mistig. Wat de bossen en de rotsformaties een mystiek karakter geeft.

Het klimaat hoort bij deze wildernis, die de rijkdom van Oost-Europa laat zien. Het park deelt Bulgarije in tweeën, van west naar oost. Hier lijken de dorpjes nog regelrecht uit de Middeleeuwen te stammen. Dit is woest en onherbergzaam Europa.

Het park is 71.669 hectare groot. Oftewel ruim 700 vierkante kilometer berglandschap met oude beukenbossen, watervallen en steile rotspartijen. Maar het biedt ook talloze bergweiden, waar in het voorjaar veel bloemen en kruiden bloeien. Het is een relatief jong park. Het kreeg pas in 1991 de status van nationaal park; diverse kenmerkende onderdelen van het park werden al veel eerder beschermd.

De lokale bevolking heeft al eeuwenlang een haat-liefdeverhouding met het park. De wilde dieren en het klimaat zorgde ervoor dat het gebied lange tijd onherbergzaam was. Maar het zorgde ook voor een ideale omgeving voor bijvoorbeeld rozenkwekerijen, die zelfs de eerste verfijnde Franse parfumliefhebbers trok.

Inmiddels zijn het vooral natuurliefhebbers die naar dit ruige gebied afreizen. Bijzondere bomen zijn de Balkan-den en jeneverbes. De myrtifolium-rhododendron is de meest opvallende struik, ook al doet de opvallend laag blijvende zevenboom (familie van de jeneverbes) eigenlijk niet voor hem onder. Gele gentiaan, steelloze gentiaan en edelweiss zijn bedreigde bloemsoorten. Wetenschappers hebben meer dan 166 medicinale planten gevonden in het park.

In totaal zijn in dit deel van Bulgarije 2.387 soorten dieren geteld, waarvan 224 soorten grotere dieren. Zeven daarvan zijn vissen, tien amfibieën en vijftien reptielen. Van de dertig soorten vleermuizen die Europa rijk is zijn er achttien in dit park gezien. Het park heeft een rijk vogelleven; zo’n 123 soorten. Vogelaars zoeken vooral de roofvogels. Met deze rijkdom is de kans op een ontmoeting met het dierenleven van Europa altijd aanwezig.

Beste tijd:
Het hoogseizoen is juli en augustus, maar juni is heel bijzonder vanwege de vele bloemen, terwijl in september het begin van de herfst te zien is. En buiten het hoogseizoen is het park zo goed als verlaten.