De Omo-vallei in Ethiopië is afgelegen en moeilijk toegankelijk. Waardoor opvallend veel volkeren in relatieve rust kunnen leven. Met bijzondere kenmerken als lipschotels en littekens als versiering. Ooit was dit een belangrijke plek. Fossielen van mensachtigen tonen dit aan. En dat alles in een ruig decor van wildernis.

Het kloppend hart van dit gebied is de Omo-rivier. Deze ontspringt in de bergen in het zuidelijke deel van Ethiopië. Via uitgestrekte savannes en de woestijn eindigt hij zo’n 1.000 kilometer verder in het Turkanameer in Kenia. Deze rivier bereikt dus nooit de zee.

Het stroomgebied van de Omo-vallei is bijzonder vruchtbaar. Met als gevolg dat hier op een klein stuk land relatief veel gewassen (kunnen) groeien. Waar opvallend veel volken samen leven. Antropologen denken dat dit gebied ooit een belangrijke route voor nomadische volkeren. En dat diverse volken hier zijn in een ver verleden blijven ‘hangen’ toen ze op zoek waren naar nieuwe leefgebieden.

Tegenwoordig zijn de meeste nomadische of semi-nomadische herders. Ze trekken de savannes en bossen door met hun kuddes. Ze verschillen vooral in traditionele huisstijlen, jacht- en landbouwtechnieken en hoe ze gebruiksvoorwerpen en sieraden fabriceren.

Maar het bekendst zijn de uiterlijke versieringen. Met bijzondere technieken, zoals het doorboren van lichaamsdelen. Dat zeer veel bij vrouwen voorkomt. Zij dragen kleischijven in oorlellen of hun onderlip (die daarvoor doorsneden is). Om dit sieraad te dragen hebben de vrouwen vaak hun ondertanden verwijderd. Bij sommige volkeren is een nagelvormig metalen sieraad aangebracht onder de onderlip door de kin. Bij mannen en vrouwen zijn oorbellen, armbanden en halskettingen populaire esthetische ornamenten.

Bijzonder zijn ook de scarificaties. Dit zijn rijen littekens die mannen en vrouwen op hun lichaam laten aanbrengen. De ultieme tatoeage verraadt hun ideaal: lichamelijke schoonheid verkregen door pijn. Mannen laten daarnaast vaak hun lichaam beschilderen. Met verf maken ze allerlei motieven bij elkaar. Zij dragen ook geregeld een haartooi van opgedroogde klei.

De verschillende volkeren van de Omo-vallei:

Mursi: De Mursi behoren tot de meest beroemde stammen in dit gebied. Ze noemen zichzelf Mun. De vrouwen dragen net als de Suri schotels door de onderlip als versiering. Ook versieren ze geregeld hun gezicht met verf. Daarnaast zijn zij ook bekend van het opzettelijk aanbrengen van littekens ter decoratie als ze een vijand hebben verslagen. Op dit moment leven er nog minder dan 10.000 Mursi, hun leefgebied ligt met name tussen de Omo-rivier en de Mago-rivier.

Suri: De Suri zijn bij ons bekend van de soms wel 15 centimeter grote schotels door de onderlip bij vrouwen. Daarvoor worden meestal hun ondertanden verwijderd. De kleischotel is veelal met diverse motieven versierd. Ze leven tegenwoordig in kleine dorpjes in de Omo-vallei. Deze stam is in de afgelopen eeuwen vaak opgejaagd geweest. Volgens wetenschappers stammen ze uit het gebied ten oosten van de Nijl, maar helemaal zeker is dit niet. Zij vergelijken de Suri vaak met de Mursi en Me’en (of Bodi), vanwege hun overeenkomstige cultuur. Ook de talen lijken erg veel op elkaar.

Hamer (of Hamar): De Hamer behoren tot de bekendste stammen uit dit deel van Afrika. Zij leven van de veeteelt en zijn wereldberoemd vanwege het ‘bull-jumping’. Oftewel een oeroud ritueel waarbij een man die wil trouwen zich moet bewijzen. Hij moet zijn kracht tonen door over een aantal koeien te springen. De kleurrijke vrouwen gaan meestal gekleed in twee dierenvellen. Deze zijn uitbundig versierd met kralen en kaurischelpen. Zowel mannen als vrouwen smeren hun haar geregeld in met oker en vet. Meisjes dragen aluminium versieringen op het voorhoofd. De Hamer leven rond de Omo-rivier.

Bana (of Benna): De Bana kleden zich nog traditioneel in dierenhuiden en wonen structureel op één plek. De mannen dragen kleilapjes en dragen soms gevlochten haar. Ze houden vee om in hun levensbehoefte te voorzien. De Bana leven ten oosten van de Omo-rivier, boven het Turkana-meer dat in het aangrenzende Kenia ligt.

Konso: De Konso hebben een andere levensstijl dan de andere volken. Zij zijn de enige in dit gebied die terrascultuur bedrijven. Onduidelijk is waarom zij dit wel doen en de andere stammen niet. Ze laten het kostbare water via de diverse terrassen afvloeien. Waardoor optimaal gebruik wordt gemaakt van het water. Maar de Konso zijn vooral bekend om hun waga’s, oftewel graftotems in de vorm van houten voorouderbeelden. Als een belangrijk iemand overlijd wordt door de beste kunstenaar een waga gemaakt. De meeste Konso leven in het dorp Karat-Konso, dat vaak ook simpelweg Konso wordt genoemd.

Dassanetch (of Geleb): De Dassanetch vormen een stam in de Omo-vallei waarbij met name de ongetrouwde meisjes opvallen. Rond de enkels en de kuiten dragen zij soms tientallen metalen ringen. De mannen van dit volk versieren hun kapsel met beschilderde aarde en pluimen. De vrouwen kleden zich traditioneel in dierenhuiden. Deze veehouders leven bij de Omo-rivier in het meest zuidelijke deel van de Omo-vallei, net boven het Turkana-meer. Deze semi-nomadistische stam heeft veel last van droogte en overstromingen. Bijzonder is dat als een veehouder zijn vee verliest, hij op jacht gaat op Nijlkrokodillen. De Dassanetch hebben zo’n 25.000 stamleden.

Karo: De Karo vormen een kleine stam die met uitsterven wordt bedreigd. Volgens officiële tellingen zijn er niet meer dan 1.500 stamleden. Zowel de mannen als de vrouwen versieren zich uitbundig door hun hele lichaam te laten beschilderen. Daarnaast brengen de vrouwen vaak een scherp metalen voorwerp als versiering door de kin aan.

Bodi (of Me’en): De naam Bodi is feitelijk een verzamelnaam voor mensen van de Mela en Chirim-stammen. Ze telen weliswaar sogo (een grassoort) langs de oevers van de Omo, maar zijn vooral afhankelijk van veeteelt. Hun uiterlijk is minder uitbundig dan andere stammen in dit deel van Ethiopië. De vrouwen brengen sieraden aan door de kin als versiering. De mannen laten scarificaties (littekens op het lichaam) aanbrengen als versiering. Bijzonder is dat de mannen vaak opvallend dik zijn, wat bij deze stam een teken van kracht is. Daarnaast valt de gemiddelde lengte van de mannen op. Deze is zo’n twee meter. De meeste leden van deze stam leven in de buurt van Bachuma en ten oosten van de Omo-rivier.

Tsemay: De Tsemay behoren tot de onbekendere stammen in dit gebied. Ze vallen vooral op omdat zowel mannen als vrouwen zich vaak versieren met kleurrijke kralen. Ook dit is een relatief kleine stam, hun aantal is minder dan 10.000. Wetenschappers hebben achterhaald dat de Tsemay nauw verbonden zijn met de Dassanetch en de Arbore.

Ari: De Ari worden gezien als het meest kleurrijk geklede volk van het gebied. Bijzonder zijn de rokjes van de vrouwen, die gemaakt zijn uit takjes, gras en stro. De rokjes worden gekleurd met rode leemgrond. De Ari zijn daarnaast beroemd vanwege hun aardewerk, welke populair is bij toeristen. De Ari leven in het noordelijke deel van Mago National Park.

Dizi: De Dizi zijn één van de weinige landbouwers in dit gebied. Deze landbouwers telen sorghum (soort koren), maïs, taro, yam en bonen. Deze stam leeft op de rand van het Omo National Park, in het koelere hoogland. Een groot deel woont in het dorp Adikas. De stamleden gebruiken opvallend vaak de roze/paarse kleur in hun gewaden.

Bumi: De Bumi zijn beroemd vanwege de bewust aangebrachte rijen littekens bij de mannen. Ook hier brengen de vrouwen sieraden aan door de kin, meestal van koper. De mannen doen dit ook, maar dan van ivoor. De Bumi hebben zo’n 6.000 tot 7.000 leden en staan bekend als vrij agressief naar de andere stammen toe. Ze leven ten zuiden van het Omo National Park.

Het gebied is door zijn waterrijkdom niet alleen geliefd bij mensen. Dit safarigebied herbergt nog talloze dieren, al zijn de aantallen de afgelopen decennia wel hard terug gelopen door de oprukkende mens en de stroperij. Op safari hier is dan ook anders dan in bijvoorbeeld Kenia, Tanzania of Zuid-Afrika. En het zien van wilde dieren is nog echt een ervaring en een kwestie van geluk. In Omo zijn meer dan 300 soorten vogels geteld. Maar de lijst is volgens biologen nog niet compleet.

Doen!-tips:

Bezoek een lokale markt
Tijdens een rondreis langs de vele dorpjes merk je vanzelf wel of er ergens een markt is. En de lokale markt een gebeurtenis op zich. Zoals in Turmi, Konso, Key Afar of de diverse kleinere dorpjes. De mensendrukte zegt vaak genoeg. Hier kan je zien hoe verse koopwaar, kleding en sieraden wordt verkocht. Mensen kopen hier vaak voor meerdere dagen in. Ze komen vaak lopend van soms wel tientallen kilometers verderop.

Zie Hamer-jongens over koeien heen springen
Als een jongen bij de Hamer volwassen wordt moet hij over een groep koeien heen springen. Dit teken van kracht en moed toont dat hij klaar is voor een leven als man. Hij krijgt daarvoor een aantal pogingen, want de sprong lukt zeker niet altijd in één keer. De jongeman wordt aangemoedigd door zijn familie. En als het uiteindelijk mislukt krijgt hij stokslagen van de vrouwen.

De beste plek om dit eeuwenoud ritueel te zien is Turmi, al kun je ook op andere plekken terecht. Dit bijzondere ritueel gebeurt meestal net buiten een dorpje, dus het kan zinvol zijn dit even na te vragen bij je gids.

Beleef een trouwceremonie
Het is mogelijk, met een beetje geluk, een trouwceremonie van de Hamer meemaken. Het is indrukwekkend om te zien hoe een volk feest viert bij een huwelijk. Waarbij het overigens ook gewoon is dat mannen hun kracht en moed laten zien door over koeien heen te springen. Heb je dus het inwijdingsritueel van een jongen gemist, is hier nog een kans om dit te zien. Ook hiervoor is het dorp Turmi het beste.

Ga op safari in de Omo-vallei
Op safari in dit gebied is niet te vergelijken met safari’s in landen als Kenia, Tanzania of Zuid-Afrika. De infrastructuur is veel minder ontwikkeld, terwijl het aantal dieren beperkt is. Daarnaast zijn ze minder gewend aan toeristen. Desondanks is een safari hier een bijzondere ervaring. Omdat je weinig andere toeristen tegen komt en de dieren veel natuurlijk gedrag vertonen, zeker naar hun aartsvijand de mens… Je kunt zowel in Omo NP als Mago NP op safari gaan. Het is verstandig in beide parken in een jeep te stappen om een goed beeld van het gebied te krijgen.

Ga raften op de wilde Omo-rivier
Het is misschien niet direct een gebied waar je aan rafting denkt. De Omo-rivier leent zich wel goed voor deze extreme boottocht. Het is niet extreem lastig, kenners geven het Class III, hooguit Class III+, wat voor toeristen ideaal is. Opvallend genoeg kun je tijdens deze tocht dieren als nijlpaarden en dergelijke zien, maar ook de beroemde stammen van Omo. Het beste kun je deze trips vooraf regelen.

Verbaas je over de ‘Crocodile Market’
De ‘Crocodile Market’ in Nechisar National Park is het leefgebied van de nijlkrokodil, nijlpaard, groene baviaan en diverse soorten vogels als de maraboe en pelikanen. Het park en meer ligt aan de rand van de Omo-vallei. De ietwat vreemde naam komt van de honderden nijlkrokodillen die in het Chamo-meer in de zon liggen te bakken. Een imposant en ook wel dreigend gezicht. Hier liggen dieren van meer dan zes meter met opmerkelijk scherpe tanden. Die niet aan de kant gaan voor de boot … Vraag in Arba Minch naar de mogelijkheden om deze trip te boeken. En zorg dat je op het meer de tijd hebt. De beste tijd om te gaan is vroeg in de ochtend of in de namiddag.

Ga op huizenjacht bij de Dorze
De huizen van de Dorze worden ook wel ‘olifantshuis’ genoemd. Dit omdat ze erg hoog zijn (soms wel 12 meter) en (een beetje) de vorm van een olifant hebben. Eigenlijk meer van een grote bijenkorf. Ze zijn gemaakt van houten palen met als wanden bamboe. Ook worden bananenbladeren gebruikt voor de ontluchting. Als je het netjes vraagt mag je een kijkje nemen in de hutten. Wie dit volk bezoekt kan vragen naar het verhaal achter huizen. Met name de ouderen in het dorp kunnen je uitleggen wat de belangrijke functie van het huis is in het gezin.

Beste tijd:
Om hier te komen is de staat van de wegen het belangrijkst. De beste tijd is september, oktober en vooral november. Dat is het droge seizoen. Dan zijn de wegen relatief goed begaanbaar en is het weer constant.

Het regenseizoen valt in de maanden maart, april en mei. Dan zijn de wegen zo goed als onbegaanbaar.

Let op!
De mensen zijn redelijk gewend aan toeristen, maar het is wel zo netjes om te vragen of je een foto mag maken.

En daarvoor een klein bedrag te betalen. Daarnaast krijg je dan de medewerking van deze mensen en laten ze bijvoorbeeld zien hoe ze leven.

Het kan hier soms onrustig zijn als de diverse stammen een onderlinge tweestrijd hebben. Tot oorlogen leidt dit meestal niet, maar wel tot ferme taal en veel machtsvertoon.

Bana Dassanetch Hamer Mursi Suri