Lokale naam: Svalbard, Engelse naam: Svalbard

Het is een gebied vol gletsjers, bergmassieven en ijzige kusten. Waar naast de ijsbeer, ook walrussen, walvissen en talloze vogels leven. Een plek met een groot Nederlands verleden.

Hier kun je goed zien hoe een arctisch gebied zich kan ontwikkelen. Gedurende de laatste ijstijd is het land onder het ijs bedolven geweest. Maar als de harde klimatologische omstandigheden veranderen veert het land op. Een proces dat nog steeds door gaat, ook nu nog wordt de zeebodem opgestuwd. De oude strandlijnen zijn hier stille getuigen van. Sommige strandlijnen bevinden zich een heel eind landinwaarts en liggen al zo’n 130 meter boven het zeeniveau.

De naam Spitsbergen is bedacht door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz. Op zijn derde speurtocht in 1596 naar de Noordelijke route naar Oost-Azië ziet hij ‘het Nieuwe Land’, zoals hij het eerst noemt. Aan de westkust van Spitsbergen zijn de bergen Monacofjellet (1.084 meter) en Tyskertoppen (1.012) te zien. De hoogste berg is de Perriertoppen (1.717 meter), die ten oosten van de Widjefjorden ligt. Deze steile bergen inspireren Willen Barentsz om toch de naam Spitsbergen te gebruiken.

Barentz denkt overigens dat de eilanden een deel van Groenland zijn. De doorvaart heeft hij nooit gevonden. Wel zet de inwoner van Terschelling het verderop gelegen Nova Zembla op de kaart. In zijn kielzog volgen de walvisvaarders. Nadat de gehele kust in kaart is gebracht begint de strijd om het land en met name de omliggende wateren. Want Barentsz had tijdens zijn tocht talloze walvissen gespot.

In 1612 vestigen de eerste Nederlanders zich op een klein eilandje bij Spitsbergen. Ze dopen het tot Amsterdam. Aan een strandje bouwen ze het dorpje Smeerenburg. De naam van de stokerij verwijst naar het vet van een walvis, dat ook wel smeer wordt genoemd. In 1617 volgen Zeeuwse walvisjagers, die zich vestigen op het eiland Ytre Norskøya dat noordelijker ligt.

Op beide plekken worden de dieren vanaf schepen met harpoenen gevangen. Het ‘afspekken’ gebeurt door speciale spekmeesters. Ze snijden hun vetlaag er af, waarna het vet wordt gekookt. Het stroperige traan gaat naar Nederland en wordt als zeep en brandstof voor lampen gebruikt. De walvisbaleinen (de baarden) van de dieren eindigen als korset, hoepelrok of paraplu.

Nederlandse archeologen hebben in de jaren zeventig en tachtig diverse opgravingen bij Smeerenburg gedaan. Overblijfselen van de houten woonhutten, pakhuizen, traankokerijen en een kerkje staan er nog. Ook zijn graven van zeelieden en arbeiders ontdekt op een kleine begraafplaats. Waarschijnlijk houdt de traanstokerij al in 1660 op.

Na de walvisvaart volgt de mijnbouw. Ook Nederlanders doen een poging. In juni 1920 gaan 12 Nederlanders (en 52 Duitsers) naar Spitsbergen. In Kaap Boheman ontginnen ze steenkool, die hier voor het oprapen ligt. Hun nederzetting noemen ze Rijpsburg. Aan het einde van dat jaar wordt de Nederlandsche Spitsbergen Compagnie opgericht en een andere mijn (Barentsburg) aangekocht. Maar ook levendig is de Nederlandse kolengeschiedenis op Spitsbergen nooit geweest. De overblijfselen zijn stille getuigen.

Het bewijst dat de eilandengroep nog steeds tot de verbeelding spreekt. Ook al ligt het ver weg van de bewoonde wereld en wordt het door de arctische kou uit het noorden onderdrukt. In de winter is het hier 24 uur per dag donker, in de zomer gaat de zon niet eens onder. Meer dan de helft van de eilandengroep ligt onder eeuwige sneeuw. Hier ben je als mens te gast. En moet je tegen de elementen kunnen, dan pas kun je Spitsbergen beleven.

Doen!-tips:

Vaar tussen ronddrijvende ijsbergen
Je kunt ze overal rond Spitsbergen tegen komen, maar vooral het Raudfjord (in het noorden) is beroemd vanwege zijn vele ronddrijvende ijsbergen. Terwijl je er behoedzaam langs vaart, zie je het licht weerkaatsen op de ijsmassa’s. In allerlei kleuren. Maak genoeg foto’s, ook bij thuiskomst zul je nog steeds verbaasd zijn over de kleuren.

Duik in het Nederlands verleden op Amsterdam
Het is misschien even slikken, aangezien de meeste toeristen hier natuurliefhebbers zijn. En dan is de aanblik van de voormalige walvisstokerij Smeerenburg op het eiland Amsterdam een confronterend kijkje in het Nederlands verleden. De restanten vergaan langzaam in de open lucht, maar zijn nog redelijk goed geconserveerd. De traanpotten staan er nog. En ook de walvisbotten liggen er nog. De bomen die er liggen is drijfhout uit Rusland.

Beklim de Zeeuwsche Uytkyck
Het eilandje Ytre-Norskøya ligt ten noordwesten van Spitsbergen. Door de Zeeuwsche walvisjagers werd de 141 meter hoge berg als uitkijk gebruikt. Vandaar de naam Zeeuwsche Uytkyck (soms ook Zeeuwse Uytkijk genoemd). Zodra er een walvis was gespot voeren de schepen uit. Tegenwoordig is de ‘Utkiken’, zoals het nu heet, een perfecte plek voor een weids uitzicht over de ijszee. Ook kun je hier nog restanten vinden van de walvisstokerij.

Maak een duik in het arctisch water
Duikers biedt Spitsbergen een ultieme belevenis. Het is hier mogelijk een duik te maken in een speciaal pak. Je moet wel een geoefende duiker zijn en bekend met een droogpak. In het ijskoude, maar kristalheldere water kun je arctisch kelpwoud zien, maar ook de blauwe glinstering van drijvende ijsschotsen. En kun je vleugelslakken en zee-egels spotten. Misschien kom je ook nog rob of witte dolfijn tegen. Diverse reisaanbieders bieden het als excursie aan.

Bezoek het Svalbard-museum
Het is eigenlijk verplichte kost voor elke bezoeker. Dit museum laat de geschiedenis en de rijkdom zien van de eilandengroep. Ga erheen als je net arriveert, zodat je meer zult genieten van het landschap, de dieren en de mensen. Ook zijn hier vondsten van de Nederlandse archeologen te zien die in de jaren zeventig en tachtig van het voormalige walvisvaarders bij Smeerenburg zijn gevonden.

Durf te rijden op een sneeuwscooter
In de winter is de sneeuwscooter op Spitsbergen het beste vervoermiddel. Ook al omdat er bijna geen wegen zijn. Wil je op pad de ongerepte natuur kun je hier mooie tochten maken. Bijvoorbeeld over de bevroren fjorden of de besneeuwde bergen. En dan overnachten in een trappershut, want meerdaagse trektochten zijn mogelijk. Dit kan alleen onder leiding van een ervaren bewapende gids, aangezien je nooit weet wat je onderweg tegen gaat komen.

Beklim de Plateauberg
Om het landschap goed in te kunnen schatten heb je overzicht nodig. Een van de beste plekken daarvoor is de Plateauberg, die vlak bij Longyearbyen ligt. Deze bijna 500 meter hoge berg biedt een bijzonder uitzicht over de Longyeargletsjer, Adventdalen (een 30 km lange vallei) en de Isfjord. In de zomer (juni en juli) broeden onder de klifrand kleine alken. Deze lastige klim mag alleen met een gewapende gids.

Loop over de ijsmassa van een gletsjer
Het is een bijzonder gevoel om boven op een gletsjer te staan. Met crampons (speciale ijzers) kun je de ijsmassa te lijf. Dan pas zie je hoe immens deze ijsmassa’s zijn. Let op de morenen van deze gletsjers. In deze puinhopen kun je fossielen tegen komen, dus kijk even of je iets kunt vinden.

Zoek fossielen van dinosaurussen en bomen
Spitsbergen herbergt talloze fossielen, waarvan slechts een percentage is opgegraven en in kaart gebracht. Waaronder dino’s, alsook oude bomen. Je kunt zelf op jacht met een gids, die je tijdens de fossielentocht helpt te zoeken. Je vindt diverse mooie exemplaren, al mag je ze niet meenemen.

Beste tijd:
De eilandengroep is zowel in de winter als in de zomer te bezoeken. Maar de winter is heftig en vaak koud. Met temperaturen die overdag niet boven de nul graden uit komen. Van november tot eind januari is het hier 24 uur per dag donker.

In de zomer is de temperatuur overdag zo’n 0° tot 5°, maar als de zon schijnt kan het zeer aangenaam zijn. In juni en juli gaat de zon niet onder en heb je dus de meeste tijd om activiteiten te onder nemen. Al zul je eens moeten slapen.

Let op!
In de zomer ontdooit de permafrost dagelijks, waardoor de bodem erg drassig wordt. Vergeet dus je laarzen niet, ook al omdat je soms door een beekje moet waden bij wandelingen.

Wees altijd voorbereid op een kentering in het weer. Een storm of regen (of zelfs sneeuwbui) kan hier letterlijk uit de lucht komen vallen.

Ga nooit zonder gids (of wapen) op pad. IJsberen kunnen hier overal rond lopen en ze zijn niet bang voor mensen.