Rio kent een rijk en rumoerig verleden. Ooit het land van de Tamoio-indianen, tegenwoordig een stad vol contradicties. Waar arm en rijk naast elkaar leven.

Rio de Janeiro is een stad waar iedereen meteen een gevoel bij krijgt. Een gevoel gebaseerd op associaties. Zoals bij het wereldberoemde strand aan de Copacabana, het weelderige carnaval of het Christusbeeld op de 710 meter hoge Corcovado. Idyllisch gelegen in de jungle. Maar het is ook de stad van de sloppenwijken, waar voetbal één van de weinige uitvluchten kan zijn. En alles in de typische Zuid-Amerikaanse, relaxte sfeer.

Toeristen hebben vaak moeite de immensheid van deze stad te begrijpen. En komen ze tijd te kort als ze eenmaal hebben mogen kennis maken met de stad. Planning (en tijd) is essentieel, zeker voor wie het jaarlijkse carnaval wil meemaken. Rio de Janeiro is ideaal om een aantal dagen relaxen op het strand te combineren met een aantal actieve bezoekjes aan bijvoorbeeld het stadspark en het Christusbeeld.

Rio, zoals de stad in de volksmond vaak wordt genoemd, kent een opvallend lang verleden. De oorspronkelijke bewoners van dit gebied zijn volgens archeologen de Tamoio-indianen geweest. Deze hebben vooral in de jungle geleefd, maar gebruikten ook de zee als voedselbron. Naast de jacht en de visvangst aten ze vruchten en wortels.

In 1502 zette een groep Portugese ontdekkingsreizigers voet aan wal. Ze stonden onder aanvoering van Amerigo Vespucci, die de indianen in eerste instantie met rust liet. Toen de Portugezen voor het eerst de baai van Guanabara zagen verkeerden ze in de veronderstelling de monding van een grote rivier te hebben gevonden. Ze gaven hun nederzetting dan ook de naam Rio de Janeiro, oftewel ‘Januari rivier’.

Het waren de Fransen die als eerste een nederzetting hebben gebouwd op de plek waar nu Rio de Janeiro ligt. Het is lang hun enige nederzetting in Zuid-Amerika geweest. Ze zijn vooral op zoek geweest met name hardhout dat ze vervolgens naar Europa hebben verscheept. De verhalen over rijkdommen als goud en andere delfstoffen zorgden voor een toenemende interesse bij de Portugezen. In 1560 vielen ze de Franse nederzetting aan.

Het gevolg was dat de Tamoio midden in een oorlog terecht kwamen. De Fransen haalden de Tamoio met harde hand over hen te helpen de Portugezen te verdrijven. Omdat de Portugezen beter bewapend waren wonnen zij uiteindelijk de bloederige gevechten. Met als gevolg dat de overgebleven Tamoio verdreven werden uit dit gebied.

Ondanks de Fransen wordt Gouverneur Generaal Mem de Sá gezien als de stichter van Rio de Janeiro in 1567, ruim zestig jaar later. Langzaam groeide de handelsstad, waardoor naast de Fransen ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de stad meerdere keren hebben geprobeerd te veroveren.

De voortdurende aanvallen van Nederland waren niet zonder succes: van 1630 tot 1654 was bijna heel Brazilië een Nederlandse kolonie. De naam werd Nederlands-Brazilië. Maar echt succesvol werd het niet; het aantal immigranten vanuit Nederland bleef achter, waardoor de stad kwetsbaar bleef. In 1654 werden alle overgebleven immigranten vermoord of verjaagd door opnieuw de Portugezen. Nu voorgoed. Waardoor het Nederlands verleden eindigde.

De inwoners van Rio de Janeiro noemen zichzelf ‘cariocas’, dat ‘thuis van de blanken’ betekent in een lokale indianentaal. Deze verzamelnaam geeft goed aan dat de inwoners nazaten van mensen met verschillende achtergronden zijn. Brazilië, en dus ook Rio, was aan het einde van de 19e eeuw erg populair bij Europeanen. De stad trok toen al veel Duitse, Italiaanse en ook Nederlandse emigranten aan. Wat nu nog te zien is in de stad. De stad is tegenwoordig opgedeeld in een noordelijk deel (zona norte) en een zuidelijk deel (zona sul) met daartussen het immense Parque Nacional da Tijuca.

Rio is ook een stad van contradicties. Fonkelnieuwe wolkenkrabbers staan pal naast uitgestrekte sloppenwijken, terwijl dure villawijken aan oude, vervallen wijken grenzen. Het verschil tussen rijk en arm is hier groot en duidelijk zichtbaar op straat. Maar sport verbroedert. Met name bij volkssport nummer één; voetbal. Ook al lopen dan de emoties soms erg hoog op. Het hoort allemaal bij een van de meest indrukwekkende steden ter wereld.

Beste tijd:
De Braziliaanse winter is kort: van juni tot en met augustus. Dit zijn de koelste maanden, ook al wordt het dan nog zo’n 25 graden.

In de zomer (december tot en met februari) is het in Rio warm met een hoge luchtvochtigheidsgraad. De meeste inwoners van Brazilië gaan in deze maanden met vakantie, waardoor hotelkamers niet alleen duurder zijn, maar ook schaarser. Zeker rond het carnaval (meestal in februari), waarbij minimaal een jaar vooraf boeken noodzakelijk is.

Let op!
Rio de Janeiro heeft een slechte naam en diefstal en overvallen zijn nog steeds aan de orde van de dag. Zeker op de Copacabana. Het zuidelijke deel van de stad wordt in het algemeen als veel veiliger dan het noordelijke deel beschouwd, maar ook hier komen nog overvallen op klaarlichte dag voor. Slaappillen worden hier al jaren in drankjes op terrasjes en dergelijke gestopt, zodat je een gemakkelijk slachtoffer bent. Je bent gewaarschuwd.

Meer informatie: www.ipanema.com/rio/basics/e/safety.htm