Lokale naam: Isla de Pascua, Engelse naam: Easter Island

De grote, rechtopstaande Moai-beelden werden in 1722 ontdekt door de Nederlander Jacob Roggeveen. De ‘roots’ van de oorspronkelijke bewoners ligt ver weg, in Polynesië. Al denken anderen dat ze buitenaards waren. Maar wie was dan de bevolking? En waarom ging deze beschaving verloren? Wetenschappers ontrafelen langzaam dit mysterie, al gaat het stapsgewijs.

De foto’s van de beelden zijn nagenoeg bekend. Tien meter hoog, netjes op een rij rondom het eiland, sierlijk uit steen gehakt, met lange koppen en strakke blikken. En, bijna allemaal met hun rug naar de zee toe. Maar het verhaal achter de Moai’s, zoals ze worden genoemd, blijft onduidelijk. Het hoort bij Paaseiland, een eiland ter grootte van Texel, midden in de oceaan.

Het vulkanische eiland is relatief jong; volgens geologen ‘slechts’ zo’n 2,5 miljoen jaar oud. Het ligt boven een tektonische ‘hotspot’, oftewel een breuk in de aardkorst waar nog steeds vulkanische activiteit is. Er is overigens geen spoor van uitbarstingen gevonden in de laatste 2.000 jaar. De grond bestaat uit massief basalt, waarin nog duidelijk de sporen van de vroegere lavastroom te zien zijn.

Lang was weinig bekend over de bewoners. Hierdoor werden de beelden zelfs toegeschreven aan een buitenaardse beschaving, zoals door de beroemde semi-wetenschapper Erich van Däniken. Dit beeld is inmiddels achterhaald. DNA-testen wijzen uit dat de eerste bewoners ergens tussen 400 en 600 na Christus vanuit Polynesië kwamen aangevaren. Volgens de verhalen onder leiding van Hotu Matu’a in bijzondere dubbele kano’s. Waarschijnlijk kwamen ze uit de Marquesas-eilanden boven Australië.

Volgens berekeningen leefden er, toen de Nederlander Roggeveen als eerste blanke arriveerde, maar zo’n 4.000 mensen. Enkele eeuwen waren het er nog maar een handjevol. Na Roggeveen hebben diverse zeevaarders het eiland aan gedaan, waaronder ook de beroemde James Cook. Hij zag dat de bewoners opvallend veel leken op Polynesiërs. Ze woonden in grote hutten van twijgen en biezen en leefden van landbouw en visserij. Ook zag hij dat enkele beelden omver lagen; latere expedities meldden opvallend veel omver gegooide beelden. Toen de eerste missionarissen arriveerden bleken alle beelden omver te liggen.

‘Langoren’ en ‘kortoren’

Een van de grote vraagtekens was lang hoe het eiland zo in verval kon raken. Diverse wetenschappers denken zelfs dat de beelden indirect voor hun ondergang hebben gezorgd. In Polynesië leven groepen mensen vaak in clans. Duidelijk is dat er op Paaseiland minimaal twee verschillende bevolkingsgroepen hebben gewoond. Of één van hen van buitenaf kwam is onduidelijk. Archeologen hebben ze weinig verhullende namen gegeven: de langoren en de kortoren. De langoren rekten om onduidelijke redenen hun oorlellen uit, iets wat ook bij veel Moai’s te zien is.

Op Paaseiland leefden de twee groepen in eerste instantie gebroederlijk naast elkaar, maar door gebrek aan ruimte werden ze langzaam vijandiger. Een van de middelen om hun macht te tonen was het oprichten van de inmiddels beroemde beelden. Om deze te vervoeren waren boomstammen als ‘rollers’ nodig. Dus werden de bossen op het eiland massaal gekapt. De bomen werden ook voor hun huizen gebruikt. Door het kappen spoelde de vruchtbare grond weg de zee in. Na onderlinge oorlogen trokken de winnaars als vergelding de beelden van hun tegenstander omver. Waardoor weer nieuwe beelden nodig waren.

Uiteindelijk waren er geen bomen meer op Paaseiland. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de meeste langoren uiteindelijk gedood door de kortoren bij een gevecht bij het Poike-schiereiland. De langoren groeven een greppel van vier kilometer en vulden deze met takkenbossen. Ze wilden deze in brand steken, maar door verraad vielen de kortoren in de rug aan.

Die greppel is nu nog te zien en heet nog steeds ‘Ko te Umo o te Hanau Eepe’, oftewel ‘de oven van de langoren’. De overgebleven mensen hadden weinig tot geen voedsel. Wat zelfs leidde tot kannibalisme. Daarom hameren sommige wetenschappers nu meer en meer op de ‘les’ van Paaseiland: kap je al je bomen dan ga je zelf ten onder.

In 1805 ging het ook mis voor de overgebleven bewoners. Een Amerikaanse kapitein ontvoerde enkele bewoners en degradeerde ze tot slaaf. Uit wraak vermoordden de eilanders de meeste missionarissen. Peru maakte in 1859 aanspraak op het eiland en deporteerde meer dan duizend mannen en vrouwen naar het nabijgelegen Chincha-eiland. Met name om guano (vogelpoep) te verzamelen.

Veel dwangarbeiders overleefden deze barre tocht niet. Diegene die dat wel deden reisden af naar Paaseiland, met in hun kielzog tuberculose en pokken. Volgens officiële cijfers waren er in 1887 nog maar 111 oorspronkelijke bewoners over. De missionarissen verstevigden hun grip op het eiland door de tradities en religie van de overgebleven bewoners te verbieden. Hiermee werd alle kennis van de bewoners en het eiland vernietigd.

Mede daarom zijn wetenschappers het niet eens over de cultus rondom een van de meest beroemde legendes: de Vogelman. Naar verwachting heeft deze cultus rond de 16e eeuw haar hoogtepunt bereikt. Archeologen menen dat de Vogelman in feite een prestigeprijs was. Een theorie is dat jonge mannen hun moed moesten tonen door vanuit Orongo naar het kleine rotseilandje Motu Nui te zwemmen. Daar zochten ze het eerste ei van de daar broedende bonte sterns. Dit ei moest zonder breken terug worden gebracht. De winnaar was voor een jaar de Vogelman. Hij ontving veel eer en had talloze voorrechten.

Beste tijd:
Wie de cultuur van de oorspronkelijke bewoners wil meemaken moet naar het jaarlijkse carnaval in januari/februari.

De meeste toeristen komen tussen november en april, de temperatuur is dan gemiddeld 15 tot 17ºC in augustus. In februari wordt het zo’n 24º C. Ook in het laagseizoen is het weer redelijk constant. Paaseiland kent geen regenseizoen, meestal is maart de maand met de meeste (korte) regenbuien.

Let op!
Het weer hier kan onbestendig zijn, waarbij het zinvol is om meerdere dagen voor een bezoek uit te trekken. Het kan hier flink waaien, waardoor goede kleding een noodzaak is.

Tijdens het jaarlijkse festival rond januari/februari is het erg druk. Met als gevolg dat de vliegtuigen naar Paaseiland al ver vooraf vol geboekt zijn.