Beste video van de Galapagoseilanden

Charles Darwin, zijn evolutietheorie en de Galápagos zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij zette de bijzondere vulkaaneilanden in één keer op de kaart.

De afgelegen Galápagoseilanden brachten Charles Darwin tot zijn evolutietheorie. Een levende dierentuin met tientallen bijzondere soorten. Waar begin 2009 nog een nieuwe leguanensoort is ontdekt. Dit is een plek waar de dieren niet bang zijn voor de mens, simpelweg omdat ze nooit zijn bejaagd.

Maar indirect zorgde de mens wel voor grote problemen. Bij zijn aankomst nam hij onder andere huisdieren en ratten mee. Die al snel een plaag werden. Dus moet de mens nu de evolutie een handje helpen.

De naam komt van de naam die Spanjaarden de eilandengroep gaven. Galápagos staat voor zadel, dat verwees naar de vele reuzenschildpadden die ze hier zagen. De Galápagos bestaat in feite uit dertien vulkanische eilanden. Die 960 kilometer ten oosten van Zuid-Amerika liggen. Officieel horen ze bij Ecuador, maar het is feitelijk een wereld op zich.

De eilanden zijn bij elkaar opgeteld zo’n 8.000 km2 groot. Ruim de helft wordt in beslag genomen door het eiland Isabela. Waar ook de hoogste vulkaan van de eilanden te vinden is, de 1.689 meter hoge Cerro Azul. Het is het symbool van de vulkanische activiteit hier.

De beroemde Darwin-vinken laten zich voeren. Corno van den Berg

De eilanden liggen zo afgelegen dat de hier levende dieren zich aanpasten aan de lokale omstandigheden. Met als beste voorbeeld de Darwin-vinken. Dit is een familie van soortgelijke vogels, die vernoemd zijn naar de Engelse wetenschapper Charles Darwin. Hij kwam hier in september 1835 met het onderzoeksschip ‘Beagle’ en onderzocht hier zo’n 5 maanden de geologie en biologie van vier van de eilanden.

Tijdens zijn bezoek zag hij deze talloze zwarte vogeltjes. Het viel hem op dat ze erg op elkaar leken, maar toch ook verschillen vertoonden. De snavel van de één was kleiner, terwijl een andere een hele smalle snavel had. De ene vogel was iets groter ten opzichte van de ander. Enzovoort. Bij verdere bestudering viel hem op dat de één op de grond naar zaadjes zocht en de ander in een boom naar insecten.

Darwin concludeerde na onderzoek dat dit door de eeuwen heen zo gegroeid moest zijn. De ligging van de eilanden bood weinig alternatief. De sterkste (lees: diegene die zich het best kon aanpassen) overleefde en zorgde voor nageslacht. En zo ontstonden nieuwe soorten. De evolutieleer was geboren, althans in zijn hoofd. Het duurde nog ruim een eeuw voordat zijn gedachtegoed algemeen werd omarmd.

De Galápagos-aalscholver vormt misschien wel het beste bewijs voor de evolutietheorie van Darwin. Deze soort, die alleen hier voorkomt, heeft al lang geleden het vermogen te vliegen verloren. Zijn vleugels zijn stompjes met verfomfaaide veren. In het water hier (dat wordt gevoed door de Koude Golfstroom) zit zoveel vis dat hij niet hoeft te vliegen. En er zijn hier geen roofdieren om voor te vluchten.

Guitige zeeleeuwen op het strand.

De rol van de mens
Ook al liggen de eilanden erg afgelegen, de hand van de mens is ook hier zichtbaar. Er zijn weliswaar geen sporen van mensen gevonden van voor de 16e eeuw. Wie als eerste blanke hier voet aan wal zette is volgens historici niet zeker. Volgens de verhalen zou het de Spaanse bisschop Fray Tomas de Berlanga zijn die de eilanden in 1535 ontdekte. Bij toeval, omdat hij door slecht weer van zijn route afweek.

Door de ligging bleven de eilanden lange tijd onbekend. Behalve bij de zeepiraten die de Galápagos in de 17e en 18e eeuw als uitvalsbasis gebruikten. De schildpadden die ze hier overal tegen kwamen namen ze mee als levend proviand. Ook walvisvaarders hebben er geleefd, totdat in 1832 Ecuador de eilanden annexeerde.

Daarna werd de Galapagos langzaam gekoloniseerd. In het kielzog van de kolonisten arriveerden geiten, varkens, honden, katten en paarden. En ratten. Sommige huisdieren verwilderden, waardoor het natuurlijk evenwicht werd verstoord.

Zo liepen op het onbewoonde eiland Santiago eind jaren negentig meer dan 100.000 geiten, ezels en varkens rond. Deze dieren waren ooit meegenomen voor het vlees en melk. Ze zijn langzaam tot een ware plaag uitgegroeid, onder meer omdat ze de endemische planten opeten. Op andere eilanden lopen verwilderde honden, katten en zelfs paarden. Waardoor onder meer diverse ondersoorten van de wereldberoemde reuzenschildpadden, het slow motion visitekaartje van de Galápagos, uit stierven.

Een Nazca-gent op de Galapagos. Corno van den Berg

Wetenschappers hebben berekend dat de komst van de mens (tot nu toe) vijf procent van alle dieren en planten de das om heeft gedaan. Wat zorgt voor een haat-liefde verhouding tussen mens en dier op de Galápagos. De mens moet nu meer en meer ingrijpen om de evolutie een handje te helpen, zodat de eilanden en haar bewoners blijven overleven. Desondanks is nog steeds veel van de rijkdom op de eilanden te zien. En van heel dichtbij, want bang zijn de dieren hier nog steeds niet voor hun grote vijand.

Veel toeristen gaan voorbij aan de flora van de eilanden, die net zo bijzonder is als de dieren. De eilanden zijn erg droog, waardoor bomen en planten het niet eenvoudig hebben. Op veel plekken zorgt de vulkanische bodem er voor dat alleen gespecialiseerde planten zich hier kunnen handhaven.

Een groot deel van de kustlijn is begroeid met mangrovebossen, maar landinwaarts is het meestal leeg. Op enkele hogere plaatsen zijn dichte loofbossen te vinden, met name op de grotere eilanden. Ook cactusbossen komen op diverse delen voor.

Op de Galápagos kun je onder meer zoeken naar diverse soorten cactus (zoals opuntiacactus, lavacactus en candelabracactus), mangrove (rode, zwarte, witte en knoop-) en een plantenfamilie met de naam ‘scalesia’, die volgens wetenschappers misschien wel het beste bewijs voor de evolutie is. Deze plant past zich heel sterk aan de omstandigheden aan. Op veel eilanden is tevens rood ijskruid te vinden. Wie geïnteresseerd is doet er zinvol aan zijn vragen te stellen aan een parkwachter.

Een landleguaan in typisch landschap op de Galapagos. Corno van den Berg

Beste tijd:
De eilanden zijn het gehele jaar te bezoeken. Het hangt er van af wat je wilt doen. Voor snorkelen en duiken is eind januari, februari en maart de perfecte tijd. In die maanden is de zee meestal rustig en het zicht goed. Hierdoor is dit de tijd om te snorkelen met zeeleeuwen, zeeleguanen, zeeschildpadden en zelfs pinguïns als je geluk hebt. De watertemperatuur varieert van 20 tot 24 graden Celsius.

De drukste (en duurste) tijd is juli en augustus. De temperatuur is dan nog steeds boven de 15 graden, maar de wind zorgt voor een ruwere zee. En er is redelijk vaak bewolking.

September is het echte laagseizoen. Dan is het relatief het koudst en zit je meestal op ‘ruige’ zee. Ook worden er dan veel minder tours aangeboden.

Let op!
Een cruise is de beste manier om de eilanden te ontdekken. Je vaart dan van eiland naar eiland en slaapt op de boot. Ook zijn vanuit de diverse hotels talloze trips mogelijk. Nadeel is dat je elke keer naar een plek moet af reizen, waardoor je niet alles kunt bezoeken. Hou in je achterhoofd dat kleine boten niet zo snel varen, terwijl grote boten niet overal kunnen (of mogen) aanleggen.

Toeristen moeten voor de Galápagos ter plekke een soort toegangsbewijs kopen. Deze moet in Amerikaanse dollars worden afgerekend.

Meer informatie: www.farecompare.com/flights/Galapagos_Islands-GPS/city.html#quote