Waarom moet ik hier heen?

De natuurlijke rijkdom van Galápagos is extreem groot. De meeste dieren komen alleen hier voor. Zoals een pinguïn, een aalscholver, de zeeleguaan, enzovoort. En het bracht Charles Darwin tot zijn evolutietheorie. Als je er zelf bent, zie je waarom.

 

Galapagos-eilanden: Waarom je hier ooit heen moet

De Galapagos-eilanden; je moet er ooit voet aan wal hebben gezet. Zoals natuurwetenschapper Charles Darwin dat ook deed. En het het bracht hem tot zijn evolutietheorie. En de Galápagos zijn onlosmakelijk met Darwin verbonden. Hij zette de bijzondere vulkaaneilanden in één keer op de kaart.

De afgelegen Galápagos-eilanden in Ecuador zijn een levende dierentuin met tientallen bijzondere soorten. Waar begin 2009 nog een nieuwe leguanensoort is ontdekt. Dit is een plek waar de dieren niet bang zijn voor de mens, simpelweg omdat ze nooit zijn bejaagd.

De eilanden zijn bij elkaar opgeteld zo’n 8.000 km2 groot. Ruim de helft wordt in beslag genomen door het eiland Isabela. Waar ook de hoogste vulkaan van de eilanden te vinden is, de 1.689 meter hoge Cerro Azul. Het is het symbool van de vulkanische activiteit hier.

 

Bekijk deze video van de Galapagos-eilanden

Beste video van de Galapagoseilanden

Corno’s reistips:

Je reis naar de Galapagos-eilanden kun je zelf organiseren of een complete rondreis boeken. Hieronder mijn tips om je reis al dan niet zelf of georganiseerd te regelen.

 

De evolutietheorie van Charles Darwin

De Galapagos-eilanden liggen zo afgelegen dat de hier levende dieren zich aanpasten aan de lokale omstandigheden. Met als beste voorbeeld de Darwin-vinken. Dit is een familie van soortgelijke vogels, die vernoemd zijn naar de Engelse wetenschapper Charles Darwin. Hij kwam hier in september 1835 met het onderzoeksschip ‘Beagle’ en onderzocht hier zo’n 5 maanden de geologie en biologie van vier van de eilanden.

Tijdens zijn bezoek zag hij deze talloze zwarte vogeltjes. Het viel hem op dat ze erg op elkaar leken, maar toch ook verschillen vertoonden. De snavel van de één was kleiner, terwijl een andere een hele smalle snavel had. De ene vogel was iets groter ten opzichte van de ander. Enzovoort. Bij verdere bestudering viel hem op dat de één op de grond naar zaadjes zocht en de ander in een boom naar insecten.

De beroemde Darwin-vinken laten zich voeren.
De beroemde Darwin-vinken laten zich voeren. Corno van den Berg

Darwin concludeerde na onderzoek dat dit door de eeuwen heen zo gegroeid moest zijn. De ligging van de Galapagos-eilanden bood weinig alternatief. De sterkste (lees: diegene die zich het best kon aanpassen) overleefde en zorgde voor nageslacht. En zo ontstonden nieuwe soorten. De evolutieleer was geboren, althans in zijn hoofd. Het duurde nog ruim een eeuw voordat zijn gedachtegoed algemeen werd omarmd.

De Galápagos-aalscholver vormt misschien wel het beste bewijs voor de evolutietheorie van Darwin. Deze soort, die alleen hier voorkomt, heeft al lang geleden het vermogen te vliegen verloren. Zijn vleugels zijn stompjes met verfomfaaide veren. In het water hier (dat wordt gevoed door de Koude Golfstroom) zit zoveel vis dat hij niet hoeft te vliegen. En er zijn hier geen roofdieren om voor te vluchten.

 

De negatieve rol van de mens op de Galapagos-eilanden

Ook al liggen de eilanden erg afgelegen, de hand van de mens is ook hier zichtbaar. Er zijn weliswaar geen sporen van mensen gevonden van voor de 16e eeuw. Wie als eerste blanke hier voet aan wal zette is volgens historici niet zeker. Volgens de verhalen zou het de Spaanse bisschop Fray Tomas de Berlanga zijn die de eilanden in 1535 ontdekte. Bij toeval, omdat hij door slecht weer van zijn route afweek.

Door de ligging bleven de eilanden lange tijd onbekend. Behalve bij de zeepiraten die de Galapagos-eilanden in de 17e en 18e eeuw als uitvalsbasis gebruikten. De schildpadden die ze hier overal tegen kwamen namen ze mee als levend proviand. Ook walvisvaarders hebben er geleefd, totdat in 1832 Ecuador de eilanden annexeerde.

Huisdieren en ratten

Maar indirect zorgde de mens wel voor grote problemen. Bij zijn aankomst nam hij onder andere huisdieren en ratten mee. Die al snel een plaag werden. Dus moet de mens nu de evolutie een handje helpen.

Dieren en toeristen gaan hier samen, hand in hand.
Dieren en toeristen gaan hier samen, hand in hand. Corno van den Berg

De naam Galapagos komt van de naam die Spanjaarden de eilandengroep gaven. Galápagos staat voor zadel, dat verwees naar de vele reuzenschildpadden die ze hier zagen. De Galápagos bestaat in feite uit dertien vulkanische eilanden. Die 960 kilometer ten oosten van Zuid-Amerika liggen. Officieel horen ze bij Ecuador, maar het is feitelijk een wereld op zich.
Daarna werden de Galapagos-eilanden langzaam gekoloniseerd. In het kielzog van de kolonisten arriveerden geiten, varkens, honden, katten en paarden. En ratten. Sommige huisdieren verwilderden, waardoor het natuurlijk evenwicht werd verstoord.

Zo liepen op het onbewoonde eiland Santiago eind jaren negentig meer dan 100.000 geiten, ezels en varkens rond. Deze dieren waren ooit meegenomen voor het vlees en melk. Ze zijn langzaam tot een ware plaag uitgegroeid, onder meer omdat ze de endemische planten opeten. Op andere eilanden lopen verwilderde honden, katten en zelfs paarden. Waardoor onder meer diverse ondersoorten van de wereldberoemde reuzenschildpadden, het slow motion visitekaartje van de Galápagos, uit stierven.

Wetenschappers hebben berekend dat de komst van de mens (tot nu toe) vijf procent van alle dieren en planten de das om heeft gedaan. Wat zorgt voor een haat-liefde verhouding tussen mens en dier op de Galápagos. De mens moet nu meer en meer ingrijpen om de evolutie een handje te helpen, zodat de eilanden en haar bewoners blijven overleven. Desondanks is nog steeds veel van de rijkdom op de eilanden te zien. En van heel dichtbij, want bang zijn de dieren hier nog steeds niet voor hun grote vijand.

 

Hoe de Galapagos een Nationaal park werd

De eilanden werden in 1959 uitgeroepen tot een nationaal park. Net als de omliggende oceaan. Maar het was al te laat: de impact van verwilderde huisdieren werd begin jaren negentig te groot. De overheid van Ecuador besloot in te grijpen. Met drastische maatregelen. Helikopters met links en rechts jagers richtten een ware slachting aan. Met vier miljoen euro steun van de Verenigde Naties. Nu nog worden geregeld onvruchtbare geiten losgelaten om te kijken of er nog dieren zijn die zich verscholen houden.

Een kogel is niet altijd de oplossing. De 720 geïntroduceerde plantensoorten overvleugelen inmiddels de 500 inheemse soorten. Zoals tuinplanten en functionele bomen voor hout of vruchten. Maar ook onkruid dat inmiddels de meeste overlast bezorgt. Met ook een rol voor de toeristen, die de plantenzaden onbedoeld van het vasteland meenemen. Met opnieuw grote (en kostbare) schoonmaakacties tot gevolg. Het is slechts één van de problemen.

 

Fokprogramma’s voor zeldzame dieren zijn succesvol

Naast het bestrijden van exotische diersoorten zijn op de Galápagos ook diverse fokprogramma’s opgezet. Om zo het voortbestaan van de endemische dieren die hier voorkomen te bevorderen. In 1965 heeft de Charles Darwin Research Station al een fok- en repatriëringsprogramma opgezet. En niet zonder succes. Inmiddels zijn al meer dan 1.000 reuzenschildpadden uitgezet. Terwijl het fokken doorgaat.

Het kleine eilandje Las Plazas is beroemd vanwege zijn decor en enorme soortenrijkdom.
Het kleine eilandje Las Plazas is beroemd vanwege zijn decor en enorme soortenrijkdom. Corno van den Berg

 

De planten van de Galapagos-eilanden

Veel toeristen gaan voorbij aan de flora van de eilanden, die net zo bijzonder is als de dieren. De eilanden zijn erg droog, waardoor bomen en planten het niet eenvoudig hebben. Op veel plekken zorgt de vulkanische bodem er voor dat alleen gespecialiseerde planten zich hier kunnen handhaven.

Een groot deel van de kustlijn is begroeid met mangrovebossen, maar landinwaarts is het meestal leeg. Op enkele hogere plaatsen zijn dichte loofbossen te vinden, met name op de grotere eilanden. Ook cactusbossen komen op diverse delen voor.

Op de Galápagos kun je onder meer zoeken naar diverse soorten cactus (zoals opuntiacactus, lavacactus en candelabracactus), mangrove (rode, zwarte, witte en knoop-) en een plantenfamilie met de naam ‘scalesia’, die volgens wetenschappers misschien wel het beste bewijs voor de evolutie is. Deze plant past zich heel sterk aan de omstandigheden aan. Op veel eilanden is tevens rood ijskruid te vinden. Wie geïnteresseerd is doet er zinvol aan zijn vragen te stellen aan een parkwachter.

 

De dieren van de Galapagos-eilanden

Galápagos-reuzenschildpad

Engels: Galápagos tortoise, Latijn: geochelone nigra

Galápagos-reuzenschildpadden zoeken graag waterpoelen op.
Galápagos-reuzenschildpadden zoeken graag waterpoelen op. Corno van den Berg

De Galápagos-reuzenschildpad is de grootste landschildpad ter wereld. De mannetjes kunnen tot 1,2 meter lang worden. Deze massieve dieren worden meer dan 100 jaar, maar zijn vooral kwetsbaar voor ratten en katten als ze jong zijn. Het dier heeft een lange hals en stevige kaken, waarmee ze allerlei soorten eten kunnen kauwen. Zoals cactussen. Ook bij de schildpadden is de evolutie zichtbaar. Er zijn door wetenschappers meer dan tien ondersoorten erkend, waarvan de meesten enkel op één eiland voorkomen. Overigens is het paringsritueel weinig liefdevol. Het mannetje bijt het vrouwtje en slaat haar met zijn hoofd, totdat ze zich overgeeft. De beste plek is Isla Santa Cruz en dan vooral El Chato Tortoise Reserve.

Galápagos-aalscholver

Engels: flightless cormorant, Latijn: phalacrocorax harrisi

De Galápagos-aalscholver is een toonbeeld van evolutie. Zijn vleugels zijn onnodig geworden.
De Galápagos-aalscholver is een toonbeeld van evolutie. Tim Ellis

De Galápagos-aalscholver wordt wel Darwin’s levende bewijs genoemd. De vleugels bestaan uit stompjes met verfomfaaide veren. Het is goed te zien als het dier zijn vleugels droogt in de zon. Hij had simpelweg zijn vleugels niet meer nodig om voedsel te zoeken, omdat er opvallend veel vis rondom de eilanden zwemt. De vogel is zo’n kleine meter lang. Mannetjes zijn zwart, vrouwtjes bruinachtig. Ze leven in kleine groepjes op slechts twee eilanden: Fernandina en Isabela.

Galápagos-pinguïn

Engels: Galápagos penguin, Latijn: spheniscus mendiculus

De Galápagospinguïn is een van de meest zeldzame dieren.
De Galápagospinguïn is een van de meest zeldzame dieren.Corno van den Berg

De Galápagos-pinguïn is de meest noordelijk levende pinguïn ter wereld. Op zich opmerkelijk, omdat de Galápagos-eilanden zich op de evenaar bevinden. Alle andere pinguïnsoorten leven in veel kouder gelegen delen van de wereld. Wetenschappers hebben achterhaald dat de Koude Golfstroom hier genoeg voedsel voor de dieren brengt. Het is tevens de meest bedreigde pinguïnsoort. Ze worden ongeveer 50 centimeter groot en eten voornamelijk vis. Ze leven vooral op het eiland Isabela, maar ook op Fernandina en Santa Cruz. Let er op dat de kapiteins de dieren niet verstoren als je er naar toe gaat.

Zeeleguaan

Engels: marine iguana, Latijn: amblyrhynchus cristatus

De zeeleguaan is de enige leguanensoort ter wereld die onder water komt.
De zeeleguaan is de enige leguanensoort ter wereld die onder water komt.Corno van den Berg

Dit is de enige leguanensoort die op land en in de zee leeft. Deze prehistorisch uitziende dieren kunnen 1,5 meter lang worden. Ze leven in grote groepen en liggen vaak in de zon te bakken op de rotsen. Voor voedsel duiken ze onder water. Ze voeden zich vooral met algen en wieren die ze met hun bek van de rotsen af schrapen. Kenmerkend is hun niesgedrag: via de neus spuiten ze het overtollige zout van het zeewater weg. Je komt deze vreemde dieren op diverse plaatsen tegen, meestal aan de rand van het water.

Galápagos-landleguaan

Engels: Galapagos land iguana, Latijn: conolophus subcristatus

Een landleguaan in typisch landschap op de Galapagos. Corno van den Berg

De Galápagos-landleguaan is door zijn gele kleur op zijn rug en formaat (maximaal 1,2 meter) een opvallende verschijning op de eilanden. Dit dier leeft vooral op de drogere delen van de eilanden en komt ook alleen hier voor. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit de bladeren van de Opuntia-cactus, ook wel schijfcactus genoemd. Landleguanen eten zowel de bladeren als de vruchten. Dit dier is op talloze plekken op de eilanden te vinden.

Santa Fe-landleguaan

Engels: Barrington land iguana of Santa Fe land iguana, Latijn: conolophus pallidus

Een Santa Fe-landleguaan eet de bladeren van een boom.
Een Santa Fe-landleguaan eet de bladeren van een boom. Matthew Goulding

De Sante Fe-landleguaan lijkt erg op de Galápagos landleguaan, maar heeft een veel minder gele kleur. Ook is zijn snuit langer en spitser, en heeft hij langere stekels op zijn rug. Ze eten eet vooral cactussen, waar ze ook hun vocht uit halen. Maar wetenschappers hebben ook gezien dat ze insecten en zelfs aas eten. Opmerkelijk is tevens dat ze een samenwerking hebben met Darwin-vinken. Ze mogen lastige insecten van hun huid pikken. Zoals de naam al doet vermoeden komt hij alleen op het eiland Santa Fe voor.

Galápagos-zeeleeuw

Engels: Galapagos sea lion, Latijn: zalophus wollebacki

Mijn komst doet deze Galápagos-zeeleeuw weinig.
Mijn komst doet deze Galápagos-zeeleeuw weinig. Corno van den Berg

Galápagos-zeeleeuwen kunnen zo’n 2,5 meter lang worden. Deze immense dieren zijn meestal donkerbruin van kleur. Volwassen mannetjes zijn eenvoudig te herkennen, ze hebben een hoog opgetrokken voorhoofd. Tijdens de paartijd zijn deze mannetjes erg territoriaal. De Galápagos-zeeleeuw wordt hier op veel plekken gezien. Zoals South Plazza, Santa Fe, Rabida, Santiago Island, San Cristobel en Isabela.

Galápagos-pelsrob

Engels: Galapagos fur seal, Latijn: arctocephalus galapagoensis

Een Galápagos-pelsrob is een bijzonderheid om te zien, een Galápagos zeeleeuw niet.
Een Galápagos-pelsrob is een bijzonderheid om te zien, een Galápagos zeeleeuw niet. Corno van den Berg

De Galápagos-pelsrob komt ook alleen hier voor. Maar dit dier wordt hier veel minder gezien. Deze plekken zijn alleen met een boot bereikbaar. Deze pelsrobben zijn een stuk kleiner dan de Galápagos-zeeleeuw (max. 1,5 meter), waarvan ze wel iets weg hebben. Ze leven vooral op rotsige kliffen, onder meer bij Santiago Island en Puerto Egas.

Blauwpootgent

Engels: blue-footed booby, Latijn: sula nebouxii

Blauwpootget met jong en 'dansend'.
Blauwpootget met jong en ‘dansend’. Corno van den Berg

De familie van de Jan-van-Genten behoren tot de meest opvallende vogels op de eilanden. De blauwpootgent is makkelijk te herkennen aan zijn blauwe poten en blauwe snavel. Dit dier komt op meerdere plaatsen in Zuid-Amerika voor. De dieren zijn totaal niet bang voor mensen, je kunt zelf tot op een meter bij hun jongen komen. Hun baltsgedrag lijkt op een dronken dans, waarbij ze wisselend een kleurrijke poot optillen. De meeste blauwpootgenten zijn te vinden op de eilanden ten noorden van de evenaar.

Roodpootgent

Engels: red-footed booby, Latijn: sula sula

Een roodpootgent op Isla Genovesa balanceert op een tak.
Een roodpootgent op Isla Genovesa balanceert op een tak. Ole Begemann

De roodpootgent komt ook op diverse plaatsen in Zuid-Amerika voor, maar is veel minder algemeen dan bijvoorbeeld de blauwpootgent. Ze zijn duidelijk herkenbaar aan hun felrode poten. Meestal zitten ze wel in de buurt van andere Jan van Genten. Op de Galápagos worden ze vooral op Isla Genovesa, Isla Darwin, Gardener (bij Floreana), Punta en Isla Pitt gezien. Meestal in groepjes.

Maskergent

Engels: masked booby, Latijn: sula dactylatra

Maskergenten zie je vaker op rotsen dan Nascagenten.
Maskergenten zie je vaker op rotsen dan Nascagenten. Mark Sun

De maskergent komt met name op de Galápagos voor, maar ook op andere eilanden in de diverse oceanen. Ze eten vooral vis, die ze vangen door als een raket het water in te duiken. Hun snavel is geel, de veren zijn wit en hebben zwarte banden op de vleugels. Je kunt ze hier op talloze eilanden tegen komen. Ze maken hun nesten meestal op steile rotsen.

Nascagent

Engels: Nazca booby, Latijn: sula granti

Een Nazca-gent op de Galapagos-eilanden
Een Nazca-gent op de Galapagos-eilanden. Corno van den Berg

De Nascagent werd lang als ondersoort van de maskergent gerekend, maar DNA-onderzoek toont aan dat dit een aparte soort is. Deze dieren zijn niet eenvoudig te herkennen. Soms hebben ze een oranjeachtige snavel (en ogen) in plaats van een gele. Opmerkelijk bij deze soort is dat ze twee jongen krijgen, waarvan de oudste meestal zijn jongere vermoord. De Nascagent legt zijn eieren niet op steile rotsen, maar juist op vlakke grond. Je kunt ze onder meer zien op Isla Genovesa.

Galápagostreurduif

Engels: Galápagos dove, Latijn: zenaida galapagoensis

De Galápagostreurduif is het aankijken waard.
De Galápagostreurduif is het aankijken waard. putneymark

De Galápagostreurduif is opvallend rustig en menslievend. Deze duif is verder opvallend gekleurd. Hij is roodbruin van kleur met witte en zwarte strepen. Rondom zijn oog zit een opvallende blauwe ring. Zijn poten zijn rood van kleur. Ook dit dier komt alleen hier voor. Hij voedt zich met zaden van de Opuntia-cactus. Je kunt hem dus daar tegen komen waar ook deze cactussen groeien. Hij zit opvallend vaak op de grond. Daar moet je dus zoeken als je hem wilt zien.

Sally Lightfootkrab

Engels: Sally Lightfoot crab of red rock crab, Latijn: grapsus grapsus

Op talloze stranden kom je Sally Lightfootkrabben tegen.
Op talloze stranden kom je Sally Lightfootkrabben tegen. Corno van den Berg

De Sally Lightfootkrab is opvallend rood gekleurd. Deze dieren lopen langs de kustlijn en vormen vaak een mooi contrast met andere dieren als zeeleguanen of zeeleeuwen. Deze soort komt ook in de Cariben, Midden- en Zuid-Amerika voor, dus echt bijzonder is hij niet. Je vindt hem op talloze plaatsen. Het is een geliefd foto-object om bijvoorbeeld perspectief in je foto’s te krijgen.

Galápagosbuizerd

Engels: Galápagos hawk, Latijn: buteo galapagoensis

De Galápagosbuizerd komt af en toe bij toeristen kijken of er nog wat te eten valt.
Ole Begemann

Vogelaars zoeken graag naar de Galápagosbuizerd. Het is de enige roofvogel die alleen hier voor komt. Hij eet hagedissen, maar ook de diverse soorten slangen die op het eiland leven. Je kunt ze in allerlei kleurvariaties tegen komen. Ze zijn erg luidruchtig en laten zich redelijk goed benaderen. De afgelopen jaren zijn ze in aantal fors afgenomen. Je kunt ze mogelijk zien op Santiago bij Puerto Egas.

Roodsnavelkeerkringvogel

Engels: red-billed tropicbird, Latijn: phaeton aethereus

De roodsnavelkeerkringvogel is een bijzondere verschijning.
De roodsnavelkeerkringvogel is een bijzondere verschijning. Corno van den Berg

De Galápagos is tevens een goed plek om misschien de mooiste familie van zeevogels te zien: keerkringvogels. Op diverse eilanden broedt de roodsnavelkeerkringvogel, de rest van het jaar zijn ze op zee. Deze witte vogel is te herkennen aan zijn rode snavel, maar vooral aan zijn lange witte staart. Ze eten vooral vissen en inktvissen die aan de wateroppervlakte zwemmen. De beste plekken om ze te zien op de Galápagos zijn: Floreana en Sout Plaza (Islas Plazas, ten oosten van Santa Cruz).

Reuzenmanta

Engels: manta ray, Latijn: manta birostris

De mantarog komt in alle tropsiche zeeën voor. Het zien er van is een absoluut hoogtepunt voor een duiker of snorkelaar.
Jon Hanson

De mantarog is de grootste roggensoort ter wereld. Die, inclusief staart, meer dan 7 meter lang kan worden. Hun voedsel bestaat vooral uit plankton, maar ook kleine visjes. Wetenschappers menen inmiddels dat er diverse soorten mantaroggen zijn. Een grote soort die vooral rond trekt, terwijl een kleinere soort een vaste leefplek heeft. Rond de eilanden van de Galápagos wordt hij redelijk vaak gezien door duikers.

Galápagoshaai

Engels: galápagos shark, Latijn: carcharhinus galapagensis

Het zien van een Galápagoshaai is bijzonder, maar ook opletten.
Het zien van een Galápagoshaai is bijzonder, maar ook opletten. Chuck Gerlovich

In tegenstelling tot zijn naam kun je de Galápagoshaai niet alleen rond deze eilanden vinden. Zijn rug is grijs, zijn buik wit. Het achterste deel van zijn rugvin en staart is zwart, waaraan hij te herkennen is. Deze haai kan drie meter lang worden, en hij laat mensen meestal met rust. Al zijn er wel meldingen bekend van aanvallen op mensen. Hun voedsel bestaat uit zeeleeuwen en zeeleguanen. Een bekende plek waar ze geregeld worden gezien zijn eilandjes als Wolf en Darwin in het noordelijke deel. Maar je kunt ze hier overal in het water tegen komen.

Walvishaai

Engels: whale shark, Latijn: rhincodon typus

Op de Galápagos kun je een walvishaai tegen komen.
Op de Galápagos kun je een walvishaai tegen komen. Daniel Kwok

Dit is de grootste vis ter wereld. En geen walvis, maar wel een haai. Deze vriendelijke reuzen (die variëren in lengte van 8 tot 15 meter) eten geen andere dieren, maar plankton. Met hun speciale kieuwen zeven ze die uit het water; een walvishaai wordt dan ook vaak zwemmend met zijn bek open gezien. Rond de Galapagos laten de dieren zich vooral in augustus en september zien. Onder meer rond het eilandje Darwin, dat daardoor erg bekend is onder duikers.

Grote fregatvogel

Engels: great frigatebird, Latijn: fregata minor

Een grote fregatvogelmannetje in paartijd op de Galápagos-eilanden.
Een grote fregatvogelmannetje in paartijd op de Galápagos-eilanden. Kieke van Maarschalkerwaart

Waarschijnlijk zullen de grote fregatvogels lekker mee zeilen op de wind tijdens een cruise op de Galapágos. De grote fregatvogel mannetjes blazen in het broedseizoen hun rode keelzak op. Hoe roder, des te aantrekkelijker voor de vrouwtjes. Er leven op Galapágoseilanden zo’n 1000 paartjes in 12 kolonies. Op Genovesa, San Christóbal en North Seymour kun je ze ook op land aantreffen. Deze luchtpiraten vissen al vliegend. Of ze stelen hun voedsel van andere vogels.

 

Moet ik een cruise doen of hotels?

Een meerdaagse cruise op de Galapagos-eilanden is de beste manier om de eilanden te ontdekken. Je vaart dan van eiland naar eiland, waar de boot aanlegt. Je slaapt op de boot. Meestal in een rustige baai. Hou in je achterhoofd dat kleine boten niet zo snel varen, terwijl grote boten niet overal kunnen (of mogen) aanleggen.

Ook zijn vanuit de diverse hotels op de eilanden talloze trips mogelijk. Nadeel is dat je elke keer naar een plek moet af reizen, waardoor je niet alles kunt bezoeken. Maar dit kan wel eens oplossing zijn als je snel zeeziek wordt.

 

Beste tijd om de Galapagos-eilanden te bezoeken:

De eilanden zijn het gehele jaar te bezoeken. Het hangt er van af wat je wilt doen. Voor snorkelen en duiken is eind januari, februari en maart de perfecte tijd. In die maanden is de zee meestal rustig en het zicht goed. Hierdoor is dit de tijd om te snorkelen met zeeleeuwen, zeeleguanen, zeeschildpadden en zelfs pinguïns als je geluk hebt. De watertemperatuur varieert van 20 tot 24 graden Celsius.

De drukste (en duurste) tijd is juli en augustus. De temperatuur is dan nog steeds boven de 15 graden, maar de wind zorgt voor een ruwere zee. En er is redelijk vaak bewolking.

September is het echte laagseizoen. Dan is het relatief het koudst en zit je meestal op ‘ruige’ zee. Ook worden er dan veel minder tours aangeboden.

 

Hoe kom ik hier?

De eilanden zijn via een directe vlucht bereikbaar vanaf het vasteland van Ecuador. Maar ook van Peru en Chil bijvoorbeeld. Bij aankomst kun je eenvoudig naar een hotel met een taxi.

Toeristen moeten voor de Galápagos-eilanden ter plekke een toegangsbewijs kopen. Deze moet in Amerikaanse dollars worden afgerekend. Het geld wordt gebruikt voor de natuurbescherming op de eilanden.

Meer informatie: www.farecompare.com/flights/Galapagos_Islands-GPS/city.html#quote