Een van de vele vergezichten. Corno van den Berg

Om zichzelf te beschermen bouwden de keizers in China de Muur. Een ingenieus bouwwerk dwars door de Gobi-woestijn, over modderige vlaktes, langs steile bergen en uitmondend in de Stille Zuidzee. Met een lengte van 6.300 kilometer is de Muur het grootste bouwwerk dat de mens ooit heeft gemaakt.

De Chinese Muur spreekt erg tot de verbeelding. En, de Muur zou het enige door mensen gemaakte bouwwerk zijn dat vanaf de maan of vanaf de ruimte is te zien. Het is echter niet waar. De muur is dan wel gigantisch lang, maar veel te smal om vanaf zo’n afstand te kunnen zien.

Dit bevestigde, tot grote teleurstelling van heel China, de Chinese astronaut Yang Liwei in oktober 2004. Maar de Amerikaanse astronaut Leroy Chiao levert in 2005 fotografisch bewijs dat de Muur wel degelijk te zien is vanuit de ruimte. Zij het niet vanaf de maan, maar vanaf het ruimtestation ISS.

Dit immense bouwwerk vertelt een bijzonder stuk geschiedenis uit de Chinese dynastieën. Een relaas over oorlog, economische bloei, vrije handel en ‘barbaarse nomaden’. En niet over één muur, maar over zo’n twintig muren die in 2.000 jaar tijd zijn gebouwd.

De cijfers zijn verbijsterend. Volgens berekeningen hebben meer dan een miljoen mensen gewerkt aan de muur. Maar ook meer dan een miljoen mensen hebben de muur bewaakt. Door de eeuwen heen zijn er meer dan duizend uitkijkposten en torens gebouwd. De muur was gemiddeld 7 tot 8 meter hoog. Onderaan was de muur 6,5 meter en bovenaan 5 meter breed. Per arbeider die aan de muur werkte waren er 6 anderen nodig om hem van materiaal en voorraad te voorzien.

Wetenschappers gaan er van uit dat rond 200 voor Christus werd begonnen aan de megaklus. Onder leiding van China’s eerste keizer, Qin Shi Huang, de stichter van de Qin-dynastie. Ook de navolgende Han- en Mingdynastieën breiden de muur gaandeweg uit. Met name de Ming bleken grootse muurbouwers. Het merendeel van wat nu nog te zien is stamt dan ook uit de Mingdynastie.

Ondertussen was wel de reden voor de bouw veranderd. Djenghis Khan en zijn gevreesde Mongoolse troepen hadden tussen 1211 en 1215 weinig problemen met de muur. En na jaren van onderdrukking wierp Ming de Mongoolse dynastie weer omver. Hij wilde absolute zekerheid dat deze ‘barbaren’ nooit meer zouden regeren over China.

Bij het bouwen werd goed naar het landschap gekeken. Steile rotsen en rivieren werden gebruikt als natuurlijke barrière. De muur zelf is van diverse materialen gemaakt. En omdat het vervoer van bijvoorbeeld stenen bijna niet te doen was werden vooral lokale materialen gebruikt. De Qin-muur was de eerste verdedigingslinie die verscheen. Hierbij werden vooral stenen gebruikt, de meeste lagen los, maar soms werden complete rotspartijen afgebroken.

Ook werd een deel gemaakt met een verplaatsbare bekisting van hout. Daarin legden de werkers een laag zand van ongeveer 10 centimeter, die ze vervolgens met hun voeten stevig aandrukten. Waarna de volgende laag volgde. Daarna haalden ze de bekisting weg om deze verderop neer te zetten. Ze smeerden het geheel af met vette klei die hard werd in de zon.


Wie hier rondloopt zal zich verbazen. Corno van den Berg

Bij de Han-muur in de Gobi-woestijn was het zand eigenlijk te fijn voor deze manier van werken. Dus werd als ondergrond twijgen van rode wilgen gebruikt. Deze werden vermengd met het zand en een beetje water, dat stevig werd aangestampt. Ook hier werd laag voor laag gebouwd, tot het zo’n zes meter hoog was. Het deel in de woestijn is beroemd vanwege de vele ruïnes.

De Ming-muur bestaat voornamelijk uit bakstenen. Deze (of goedgevormde stenen) vormen ook nu nog het fundament. Ze werden stevig gemetseld met kalksteencement; zo stevig zelfs dat onkruid er niet makkelijk op kan groeien. Daar waar geen stenen voorhanden waren werden geperste aarde gebruikt. Deze werd speciaal behandeld zodat het zo hard als steen werd.

Met de bouw van de muur waren de Chinezen hun tijd ver vooruit. Desondanks worden nog steeds delen van de muur ontdekt. Zoals aan de grens met Mongolië, waar in mei 2007 nog een oud deel werd ontdekt onder het stuifzand. Met name de oudere gedeeltes zijn inmiddels op veel plaatsen zwaar beschadigd, afgebroken of vergaan. Desondanks staat nog 30 procent, goed voor honderden kilometers, overeind. Als eerbetoon aan de grote dynastieën van weleer.

Bezienswaardigheden:

Simatai
Bij de stad Simatai loopt de muur over het gebergte. De lokale bevolking noemt hem de ‘springende draak.’ Dit deel staat bekend als het hoogste (op zo’n 1.000 meter hoogte) en steilste stuk (soms wel 70 procent). Het oostelijke deel is het meest beroemd en bevat tal van bijzondere plekken, zoals de Stairway to Heaven (een bijzonder steile trap). De muur hier dateert uit de Ming-dynastie (zo’n 600 jaar geleden). Het bouwen van dit deel moet voor de bouwvakkers echt een uitdaging zijn geweest. Simatai ligt zo’n 120 kilometer buiten Peking.

Jinshanling
Jinshanling kent opvallend veel delen van de Muur die niet gerestaureerd zijn. Hier zijn nog veel originele elementen te zien, zoals originele gepolijste stenen die netjes op elkaar gestapeld zijn. Ook zijn de wachttorens met ramen voor boogschutters nog origineel. Dit stuk van de Muur ligt op zo’n 10 kilometer lopen van Simatai, dat volledig gerestaureerd is. Hier is goed het verschil te zien tussen restauratie en de Muur zoals hij er uit zou zien als de mens niets meer zou doen.

Badaling
Eén van de meest bekende plaatsen om de Muur te zien is Badaling. Toeristen komen hier met name om de vergezichten van de Muur te zien en de diverse uitkijkposten en het decor van bergen. Een groot deel van de Muur hier is in 1957 intensief gerestaureerd. Badaling ligt ten noordwesten van Peking en is het meest toeristisch van allemaal.

Great Wall Museum
De Muur is eigenlijk maar een hoop stenen, hij komt eigenlijk pas tot leven in het Great Wall Museum. Het herbergt allerhande artefacten over de mensen die de muur bouwden. Zoals de gebruikte materialen en hun technieken. Maar er is ook veel info te vinden over de problemen die ze tegen kwamen. En hoe de Muur werd verdedigd, met succes en zonder succes. Het museum opende in 1994 haar deuren aan de westelijke kant van de beroemde Badaling-Pas.

Laolongtou
Laolongtou betekent –vrij vertaald- Oud Drakenhoofd. In dit oostelijke deel van China eindigt de Ming-muur. En hier ontmoet de ‘draak’ een ander natuurgeweld: de zee. Laolongtou is ook beroemd vanwege het Chenghai Paviljoen. De constructie van steen en hout werd ooit bezocht door keizers als Kangxi, Yongzheng en Qianlong. Voor het paviljoen is een antieke stenen tablet met woorden ingemetseld in de Muur. Volgens de overlevering is de steen van Xue Rengui, een beroemde generaal van Tang Dynastie (618 – 907 na Christus). Deze dynastie veroverde Korea.

Dunhuang
Dunhuang ligt in de Gobi-woestijn en herbergt diverse overblijfselen van de Muur. Die al tijdens de dynastie van Han Wudi (189 – 87 voor Christus) is gebouwd. Hier is onder meer de Yangguan-Pas te vinden, dat als strategisch punt gold van de noordelijke zijderoute. Ook zijn hier nog talloze overblijfselen als potscherven, munten en pijlpunten te vinden. Deze stad is ook beroemd vanwege het oudste boeddhistische grottencomplex van China.

Mutianyu
Mutianyu ligt op zo’n 100 kilometer van Peking. Hier slingert de Muur zich door de bossen, wat zeker in het voorjaar (en herfst) een fraai kleurenspel oplevert. De eerste delen werden gebouwd tijdens de Qi-dynastie (550 – 557 na Chr.). Gedurende de Ming-dynastie (1368 – 1644 na Chr.) werden grote delen herbouwd door twee beroemde generaals, Tan Lun en Qi Jiguang. Dit deel is nu nog te zien.

Jiufeng
Op sommige plekken hadden de bouwers grote uitdagingen. In het Jiufeng-gebergte is de Muur extreem smal rond steile kliffen. In dit gebergte is de Muur op sommige plekken maar 70 centimeter breed. Het lastige terrein dwong de bouwers hiertoe. In dit gebied zijn ook nog veel tempels te vinden, van de Tang-dynastie alswel Boeddhatempels en Boeddhabeelden. Dit deel van de Muur ligt bij Zunhua.

Huanghuacheng
Ook bij Huanghuacheng zijn nog grote delen van de originele Muur te zien. Wetenschappers onderzoeken hier hoe de Muur vergaat, wat hier extreem goed is te zien. Een groot deel is hier inmiddels vergaan. Eerst duiken diverse grassoorten op, dan de struiken die met hun wortels de stenen ontwrichten. Totdat deze uiteindelijk omvallen. Bij de wachttorens is het vooral de wind en regen die een belangrijke rol spelen.


Op diverse plekken zie je hoe de muur vergaat… Corno van den Berg

Beste tijd:

  • Winter (december, januari en februari)
    In de winter is het hier het rustigst. Ook is dan de kans op een blauwe lucht het grootst. Goed voor foto’s. Daarnaast heb je dan in de bergen kans op sneeuw, wat een extra dimensie oplevert.
  • Voorjaar (maart tot en met juni)
    In het voorjaar krijgen de bomen weer hun bladeren en staan appel- en perenbomen in bloei. Ook laten de eerste bloemen zich zien. Wat een waar kleurenspektakel op kan leveren.
  • Zomer (juli en augustus)
    De zomer is het hoogtepunt voor veel bloemen. En veel toeristen op de populaire stukken.
  • Herfst (september, oktober en november)
    In de herfst verkleuren de bomen, wat opnieuw voor een kleuren-extravaganza zorgt.
  • Voor het deel in de Gobi-woestijn gelden andere regels. In de winter is het hier extreem koud. In juli en augustus is het weer het meest constant, maar het kan hier dan erg warm worden.

    Let op!
    Op de stukken Muur in de omgeving van Peking (zoals Badaling) kan het erg druk zijn, waardoor je nooit alleen loopt. Zeker in de zomer en de herfst. In de winter kan het behoorlijk koud zijn, ook overdag kan het kwik onder nul blijven steken in de bergen. Maar er zijn opvallend veel minder toeristen.