De Masai Mara maakt deel uit van de Serengeti-vlakte. Dit is de thuisbasis van het beroemde Masai-volk, maar ook van de ‘Big Five’. En, hier is jaarlijks de migratie van miljoenen blauwe gnoes, steppezebra’s en Thomsongazelles te zien. De Masai Mara grenst in het zuiden aan de Serengeti in Tanzania. De dieren trekken vrij rond tussen de twee immense natuurgebieden.

In de Masai Mara kun je het Masai-volk en de meeste safaridieren van Afrika tegen komen. Waaronder de Big Five: leeuw, buffel, neushoorn en luipaard. Maar in dit immense gebied staan vooral dieren in de belangstelling die ergens anders minder aandacht krijgen. Zoals de blauwe gnoe, de steppezebra en de Thomsongazelle, die jaarlijks de gehele vlakte door kruisen.

De Serengeti-vlakte behoort tot de oudste safari-terreinen van Afrika. Enigszins verwarrend is het wel. Het Tanzaniaans deel wordt Serengeti genoemd, maar in Kenia heet het de Masai Mara. ‘Mara’ betekent gevlekt, wat waarschijnlijk slaat op de vlakte waar af en toe acaciabomen staan. Terwijl het woord Serengeti afgeleid is van de Masai-taal en staat voor ‘eindeloze vlaktes’.

De gehele Serengeti-vlakte bestaat uit meerdere nationale parken en reservaten. Kenia kent het Masai Mara National Reserve, omdat bijvoorbeeld ook de levensstijl van de Masai wordt beschermd. In Tanzania heet het Serengeti Nationaal Park, waardoor het de hoogste staat van bescherming heeft. Met als doel natuurbescherming. Tanzania kent daarnaast ‘controlled areas’. Hier zijn diverse menselijke activiteiten zoals veeteelt en landbouw (op beperkte schaal) mogelijk. Maar het moet wel zo min mogelijk schade aan de natuur op leveren.

Voor zover het oog reikt zie je hier savannes, grote grasvlaktes met af en toe een boom. En opvallend weinig water, behalve in het regenseizoen. Het gebied telt ook diverse bossen, rivieren en rotsachtige heuvels. Maar het zijn vooral de bewoners die de Masai Mara tot een gewilde bestemming voor toeristen maakt. Zeker voor de mensen die naast al het natuurschoon ook de cultuur van de Masai willen beleven.

Beste tijd:
Wie de migratie wil meemaken heeft eigenlijk twee keuzes:
– juni tot en met september in Kenia
– februari tot en met juni in Tanzania

Verder kan het gebied het gehele jaar door worden bezocht. Behalve tijdens het regenseizoen, dat van maart tot en met mei duurt. Dan zijn de wegen slecht of helemaal niet bereikbaar.

Let op!
Op de hoofdroutes naar en door de Masai Mara worden talloze bezoekjes aan de Masai aangeboden. Let wel, dit zijn zeer toeristische bezoeken, die weinig meer van de authentieke sfeer uitstralen. Voor veel geld sta je in de rij bij de standaarddingen als een kleurrijke dans en het ‘springen’. Terwijl verkopers je sieraden proberen aan te smeren. Wie de Masaï echt wil beleven moet weg van de snelweg.

Waarom wel of niet Kenia?
– De Masai zijn hier veel prominenter aanwezig
– Nachtsafari’s en wandelsafari’s zijn niet toegestaan

Waarom wel of niet Tanzania?
– Het gebied is veel groter
– Meer rivieren om de gevaarlijke oversteek tijdens de migratie te zien.
– Nacht- en wandelsafari’s toegestaan