Veel boeken beginnen hun geschiedenis over de stad op 27 mei 1703. Peter I, bij ons bekend als Peter de Grote, sticht de stad op die datum officieel. De tsaar doet dit omdat de stad Novgorod (een stad die 180 kilometer verderop ligt) in de decennia daarvoor zo goed als uitgestorven is geraakt. Hij laat de stad bouwen in de moerasdelta van de Newa-rivier.

Dit land was in feite eigendom van Zweden, maar zij zien het gebied als gevaarlijk en onbewoonbaar. Peter de Grote eist het land met harde hand op. Hij maakt van de stad de hoofdstad van het Russische Rijk van 1712 tot 1917, wanneer de Russische Revolutie uitbreekt.

De Grote bewondert alles wat met West-Europa te maken heeft, hij wil dan ook dat de stad een ‘venster op Europa’ wordt. In 1697 bezoekt hij met zijn gevolg onder meer de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij wil graag een Russische vloot opbouwen. Ook kijkt Peter de Grote rond in Zaandam en Amsterdam om ideeën op te doen. Onze Nederlandse vlag heeft Peter de Grote geïnspireerd, ook hij gebruikt deze driekleur als vlag. En ook de huidige Russische vlag heeft deze kleuren nog. De Grote wordt dan ook wel eens de ‘Hollandse tsaar’ genoemd.

Het gevolg is dat deze oostelijk gelegen stad een kenmerkende Westerse uitstraling krijgt. Opmerkelijk daarbij zijn de vele grachten, die bewust naar Amsterdams voorbeeld zijn gemaakt. Sinds zijn bezoek blijven er contacten tussen ons land en Sint Petersburg.

Een opmerkelijke groep wordt ‘Rusluie’ genoemd. Handwerkslieden en wevers uit het dorpje Vriezenveen in Overijssel vertrekken naar de Russische stad om een bestaan op te bouwen. In hun kielzog volgen kooplieden en meer gelukszoekers. Aan de Nevski Prospekt (de hoofdstraat) ontstaat een echte Hollandse wijk, inclusief textielwinkels en een gereformeerde kerk. De revolutie in 1917 doet veel tot Russen genaturaliseerde bewoners terug keren naar Nederland.

Peter de Grote staat bij ons te boek als een groot vorst, maar geschiedenisboeken verhalen ook over zijn keiharde hand. De bouw van de stad kost vele duizenden inwoners het leven, die als dwangarbeiders onder extreem zware omstandigheden moeten werken. In totaal is 18 jaar gebouwd aan de stad. Ook de oorlogen die hij door de jaren heen voert met talloze omliggende staten maken veel slachtoffers. Ook zijn bewind is streng; de gevangenissen puilen uit.

De stad wordt niet vernoemd naar haar stichter, maar naar de apostel Petrus. Petrus is de beschermheilige van de tsaren en ook van de stad. De stad heeft ondanks zijn korte geschiedenis talloze namen gehad. Destijds staat hij bij ons bekend als ‘Sint-Pietersburg’ wat de Russen over nemen door Sankt-Piter-Boerch te gebruiken. Al snel wijzigt deze in het Duitse ‘Sankt-Peterburg’.

In 1914 veranderen de Russen de naam van de stad in Petrograd: Rusland is immers verwikkeld in een heftige oorlog met Duitsland. Tien jaar later wordt de stad vernoemd naar de inmiddels overleden Lenin: Leningrad. Uiteindelijk heeft het volk de definitieve naam aan de stad gegeven. In een referendum spreken zijn zich op 6 september 1991 uit voor de oude naam: Sint-Petersburg.

Sint-Petersburg is vooral een stad voor kunstliefhebbers. Hier krijg je een bijzondere kijk in het Russische verleden en vooral de bijzondere mix tussen Oosterse en Westerse cultuur. De stad wordt vooral via een korte rondreis (of stedentrip) bezocht. Waarbij een gids bijna onontbeerlijk is. Al is het alleen maar om niets te missen.

Beste tijd:
Sint Petersburg kan het gehele jaar worden bezocht. Maar wie ook beetje goed klimaat wil hebben moet eigenlijk in juni, juli, augustus of september gaan. Al is het dan wel drukker met toeristen.

In de winter is deze stad erg rustig, maar hou ook rekening met bijvoorbeeld sneeuw. Wat de stad wel een bijzonder sfeertje geeft.