Lokale naam: Parque Nacional del Manu

Misschien is Manu wel de beste plek om de ruige Amazone te beleven. Hier leeft de mens al eeuwenlang, maar dit gebied heeft veel van zijn rijkdom behouden.

Manu Nationaal Park is het toonbeeld van de Amazone. In het zuidoosten van Peru vind je jungle, een uitbundige flora en fauna en lokale stammen die hun leven midden in de natuur in stand houden. Een park dat pas recent bekend is geworden door de papegaaien die hier massaal klei eten om zo de giftige stoffen uit hun lichaam kwijt te raken. Minder bekend is dat ook tapirs dat hier doen.

De Amazone in Zuid-Amerika is beroemd vanwege de soorten rijkdom. Maar het regenwoud is dicht begroeid, moeilijk toegankelijk en tussen al dat groen zie je opvallend weinig bewegen. Daarom is het bijzonder dat je in dit van de Amazone zoveel dieren kunt zien. Met als meest bijzondere het eten van klei door allerhande papegaaien, parkieten en andere dieren. Manu was de eerste plek waar dit bijzondere gedrag werd vastgelegd door wetenschappers. Inmiddels zijn er meerdere plekken bekend (zowel in Peru, Bolivia als ook Brazilië) waar de dieren dit doen.

Manu wordt omringd door het aangrenzende Alto Purús National Park en het Amarakaeri Communal Reserve. Doordat het complete gebied lastig toegankelijk is, is het lang verscholen gebleven voor houtkappers en stropers. En omdat de jacht is verboden zijn de meeste dieren niet bang voor mensen. Manu is daarom misschien wel de beste plek om de Amazone te beleven.

“Door de omvang van het gebied is niet bekend hoeveel diersoorten Manu telt.” Manu is een biosfeer, dat wil zeggen dat het gebied zichzelf kan onderhouden. Door de ligging verdampt hier veel vocht. De damp stijgt op en vormt wolken. Maar het Andesgebergte in het westen houdt deze wolken tegen. Waardoor hetzelfde water als regen uit de hemel valt. De term ‘regenwoud’ is hier dan ook niet misplaatst.

Het park omvat het stroomgebied van de Manu-rivier. Deze rivier (en zijn talloze zijtakken) stroomt als een levensader door het gebied. Voor mens en dier. Hier wordt het vele water van de Andes afgevoerd. Een deel van deze bergtoppen van meer dan 4.000 meter hoogte behoren ook tot het nationaal park. Het maakt van Manu een van de rijkste natuurgebieden ter wereld.

In dit gebied worden nog geregeld bijzondere dieren ontdekt. In april 2009 vinden twee onderzoekers een minikikker. Het beestje is slechts 11,4 millimeter groot en past precies op een vingertop. De ‘noblella pygmaea’ werd door de Duitser Edgar Lehr en zijn Amerikaanse collega Alessandro Catenazzi ontdekt. De kikker is één van de kleinste gewervelde dieren die ooit ontdekt werden op een hoogte van meer dan 3.000 meter. Het diertje leeft op een hoogte tussen 3.025 en 3.190 meter in onder meer bossen en weilanden.

In 2003 ontdekken wetenschappers in Manu de Peruaanse boommuis, een bijzonder dier die met zijn extreem lange tong insecten tussen de boomschors zoekt. In Brazilië is al eerder een familielid van dit vreemde dier ontdekt, maar verder onderzoek is nodig om meer te weten te komen. Waarschijnlijk heeft Manu nog meer verrassingen in petto.

Archeologen hebben in dit gebied diverse archeologische monumenten van mensen gevonden, die nog lang niet allemaal nader zijn bestudeerd. Manu is ook de plek waar sommige mensen denken dat de Gouden Stad van de Inca’s zou kunnen liggen. Immers, Machu Picchu is niet zo heel ver weg en her en der zijn oude Inca-tekens gevonden. Al is nooit duidelijk geworden of het Inca-rijk echt zo diep in de jungle heeft gereikt. Maar het is goed mogelijk dat de Inca’s verbonden zijn met de huidige bewoners van het gebied, de Amahuaca-, Huachipaire-, Piro-, Machiguenga-, Yora- en Yaminahua-indianen.

Manu is vooral populair bij natuurliefhebbers. Ook al komen er steeds meer mensen die ook de lokale bevolking willen ontmoeten. De Manu-rivier is tevens de beste manier om het gebied te beleven, al lopen er talloze paden door het woud. De meeste toeristen bezoeken Manu in groepen, al is een privébezoek met gids ook zeker mogelijk. Bij binnenkomst moet je wel altijd een gids bij je hebben.

Door de omvang van het gebied is niet bekend hoeveel diersoorten Manu telt. Wetenschappers schatten het daarom, waardoor ze soms verschillende aantallen aanhouden. Dat er minimaal 200 soorten zoogdieren leven is wel redelijk zeker, al zijn 100 daarvan vleermuissoorten. Maar hier kun je ook 13 soorten apen tegen komen.

In Manu en omgeving zijn meer dan 15.000 planten- en boomsoorten te zien. Het park heeft minimaal 179 soorten orchideeën. Onderzoek op één enkele hectare grond leverde al meer dan 250 verschillende boomsoorten op. Manu telt minimaal 1.000 soorten vogels. De rivier en de zijtakken zijn het leefgebied van meer dan 120 soorten vis. De reptielen en amfibieën zijn nog niet in kaart gebracht, wat zeker geldt voor de immense insectenwereld. De lijst met vogels in Manu en omgeving is daarnaast ook ongekend lang.

Beste tijd:
Mei tot oktober, als de regentijd voorbij is. Maar ook in de droge tijd kun je een fikse bui verwachten. Waardoor het regenwoud het gehele jaar opvallend groen blijft.

Van januari tot mogelijk eind april zijn veel paden door de regen niet toegankelijk. Mogelijk is zelfs het park dan helemaal niet bereikbaar.

Let op!
In dit park leven veel gevaarlijke dieren. Zoals kaaimannen, giftige slangen en schorpioenen. Desondanks gebeuren er weinig ongelukken, omdat de meeste dieren zo slim zijn om direct contact met mensen te mijden.

Desondanks is het handig om op de gids te letten. Waarschijnlijk zie je dan ook meer dieren, aangezien hij gewend is aan de omgeving en veel weet van diergedrag.

Neem goede wandelschoenen mee, de paden kunnen glad en modderig zijn.

Wees voorbereid op (veel) muskieten, dus draag shirts met lange mouwen en neem genoeg insectenwerende middelen mee. Met minimaal 40% DEET.