New York leeft; New York bruist. Hier kun je opgaan in de moderne 24-uurseconomie, in een stad waar je als toerist je ogen uit kijkt. Of je nu over Times Square loopt of door Central Park struint. New York geldt samen met Parijs, Londen en Tokio als één van de vier ‘echte’ wereldsteden.

Wie het moderne New York bezoekt kan zich moeilijk voorstellen dat hier vier eeuwen geleden ooit Nederlanders rond hebben gelopen. New York is dan een woest open veld, zonder enige bebouwing. In 1621 arriveren hier Nederlanders waarvan we niet al te veel weten; de pelshandelaren. Die weinig kunnen beginnen met het land dat er leeg uitziet. Overigens zijn die ‘beroemde’ Nederlanders overtuigend Frans sprekende, protestantse vluchtelingen uit het huidige België. Dat toen weliswaar bij Nederland hoorde.

Het verhaal dat Nederlandse handelaren in de zeventiende eeuw New York (dat toen Nieuw-Amsterdam heette) hebben ingeruild voor Suriname is nagenoeg bekend. Een verhaal dat overigens niet waar is. Het was geen ruil, maar een gedwongen verkoop. Dit verleden legde wel de basis voor een mix van culturen, waar New York nu nog op teert. New York blijft een ontdekkingstocht.

De Nederlanders hebben van dit gebied gehoord via de Italiaan Giovanni da Verrazzano, die hier als eerst ontdekkingsreiziger voet aan wal zet. Dat was al in 1524, terwijl de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in 1609 de Engelsman Henry Hudson op pad stuurt om het gebied te verkennen. Hij vaart de rivier op en ontdekt het tegenwoordige Manhattan. Later is de Hudson-rivier naar hem vernoemd.

Terwijl de Engelsen iets noordelijker landbouw probeerden op te zetten, dreven de Hollanders vooral bonthandel met de indianen. Een zeer lucratieve handel. De koopman Peter Minuit koopt in 1626 het land op het huidige Manhattan van de lokale indianen. Hij geeft ze snuisterijen die niet meer dan 60 gulden waard zijn.

De langzaam groeiende stad wordt Nieuw-Amsterdam genoemd. Overal verschenen dorpen en boerderijen, maar nieuwe kolonisten zijn schaars. Daarvoor gaat het thuis veel te goed, terwijl hier de toekomst onzeker is. Er zijn nog herinneringen aan dit verleden terug te vinden, zo verbastert de Walstraat tot de wereldberoemde Wall Street.

De Nederlanders staan onder leiding van gouverneur Peter Stuyvesant. In 1664 worden ze overmeesterd door de Engelsen. Die het stadje New York noemen, naar de hertog van York. In 1673 veroveren de Nederlanders de stad opnieuw, ditmaal wordt het Nieuw-Oranje genoemd. Waarna de tweede Nederlands-Engelse oorlog uitbreekt. Bij de Vrede van Westminster in 1674 wordt het definitief aan de Engelsen overgedragen. In ruil voor Suriname, al hebben de Nederlanders hierbij eigenlijk geen keus.

Meer informatie: www.nycgo.com