Van badhuis naar café
In Rome ontkom je niet aan een vergelijk tussen vroeger en nu. Waren vroeger de badhuizen het centrale middelpunt om elkaar te ontmoeten, tegenwoordig zijn het de cafeetjes.


De avond valt in Rome. Paolo

En dat is ook één van de belangrijkste elementen waarop het Romeinse Rijk heeft gefloreerd. Na het werk komt de tijd voor vertier, dat destijds in alle vormen voorhanden is. De grotere spelen met gladiatoren en wilde dieren, die geregeld worden georganiseerd, zijn wereldberoemd. Elke dag zijn er wagenrennen en opvoeringen in de diverse amfitheaters. Of het is simpelweg tijd voor rust. Het badhuis van toen is de sociale ontmoetingsplek.

Tegenwoordig is het ingeruild voor de moderne cafeetjes. Overigens hebben de Romeinen ook al drinkgelegenheden gekend. Net als gokhuizen. Wie door Rome loopt ziet de levendige, moderne stad en de oude stad in elkaar over gaan. Soms vloeiend, soms vloekend. Op een heldere dag is nu nog te zien dat Rome gebouwd is op zeven heuvels. Met nog steeds de authentieke Romeinse namen: Capitool, Quirinaal, Palatijn, Aventijn, Viminaal, Esquilijn en Coelius.


De beroemde Capitolijnse wolvin met Remus en Romulus. Francis Wu

Hoe de stad zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld is niet helemaal duidelijk. De mythische versie van hoe Rome is ontstaan is overbekend. Caesar Augustus (de achterneef van Julius Caesar) droeg de geschiedschrijvers Publius Vergilius Maro en Titius Livius op het ontstaan van Rome vast te leggen. Het verhaal werd opgenomen in de Ab Urbe Condita. In 142 boeken tellend werk over de geschiedenis van het Romeinse Rijk ligt de nadruk op de goddelijke oorsprong.

Van het boekwerk is nog maar een klein deel bewaard gebleven. Daar staat in dat de stad op de heuvel Palatijn werd gesticht door Romulus en Remus. De tweeling zou dit op 21 april van het jaar 753 v. Chr. hebben gedaan. Deze datum wordt ook als begin van de Romeinse tijdrekening gebruikt. Romulus en Remus zouden de nakomelingen zijn van Aeneas, een Trojaanse held en zoon van de godin Aphrodite.

De afgelopen decennia is de echte geschiedenis van Rome stukje bij beetje boven water gekomen. Volgens archeologen zijn de eerste bewoners de Latijnen, die net als de Romeinen de Latijnse taal spraken. Zij vestigen zich rond de 10e eeuw v.Chr. op de heuvels Palatijn en op de Esquilijn. Gaandeweg komen er nieuwe nederzettingen bij. In de 6e eeuw v.Chr. vallen de Etrusken binnen. Zij verenigen de nederzettingen tot een stad, onder meer door een stadsmuur te bouwen. Verder is over de Etrusken niet al te veel bekend. Zeker is wel dat ze na diverse oorlogen zijn opgegaan in het Romeinse Rijk.

Centrale middelpunt
Bij alle opgravingen valt één ding op: Rome blijkt steeds meer en meer het centrale middelpunt te zijn geweest. Niet alleen van het enorm groot Romeinse Rijk, maar feitelijk van heel Europa. Niet voor even, maar eeuwenlang. En op een ongekend hoog niveau. Zowel strategisch als cultureel. Het is daarmee de eerste echte wereldstad. Dat de basis vormt voor de wereldstad die het nu is. Waar kunstenaars als Michelangelo en Caravaggio de ruimte hebben gekregen om zich te ontwikkelen.


Een vioolspeler probeert wat bij te verdienen bij het Pantheon. Will butt

Een stad die doorgroeit, ondanks diverse oorlogen, drinkwatertekorten, aardbevingen, epidemieën en branden. Wie er nu rondloopt, begrijpt hoe deze stad er tijdens de verschillende periodes uit moet hebben gezien. Lucianus zei het al in de 1e eeuw. Rome is ‘caput mundi’, oftewel een wereldstad. Een term die tegenwoordig vaak wordt gebruikt, maar hier echt van toepassing is.

Rome is populair als stedentrip. Deze metropool biedt de hedendaagse gemakken, maar biedt bovenal een kijkje in het Romeinse verleden. Eigenlijk, zie je het overal waar je kijkt. En wie verder graaft, ziet zelfs Grieks verleden. De lijst met bezienswaardigheden is extreem lang. Hier vechten zowel Romeinse, christelijke, maar ook barokmonumenten om de aandacht van de bezoeker.

De Italiaan Federico Castro legde zijn geliefde stad in 24 uur vast via time-lapse, in dik aangezette kleuren.

Beste tijd:
Rome kan het gehele jaar worden bezocht. In de zomermaanden (juli tot en met half september) is het topdrukte, waardoor bij de diverse attracties lange wachtrijen kunnen staan. Ook in het voorjaar kan dit al gebeuren, zeker in de weekenden.


Het plafond in het Palazzo Barberini. Wouter Papegnies

Wie veel wil zien en bezoeken, kan het beste in oktober of maart/april gaan. En ga vroeg in de ochtend naar de meest populaire attracties en doe de ‘minder populaire’ in de middag. Behalve bij de Vaticaanse musea, waar het in de middag rustiger is. Neem wel genoeg tijd om de vele kunst in de musea te bekijken.