Yellowstone is een plek van superlatieven. Binnen de grenzen liggen maar liefst 300 geisers (waaronder de grootste ter wereld), 10.000 warmwaterbronnen en honderden gasbronnen. Dat is meer dan de helft van alle geothermische activiteit ter wereld.

Minder bekend is dat Yellowstone feitelijk een immense vulkaan is. De grootste ter wereld zelfs; de komvormige krater is maar liefst 48 bij 79 kilometer groot. Een slapende vulkaan welteverstaan; maar wel vol met leven. Zeker wat het dieren- en plantenleven betreft. Het is volgens velen zelfs de beste plek in de wereld om (grijze) wolven in het wild te zien.

Het klinkt bizar, maar de grootte van de vulkaan werd pas duidelijk toen er voor het eerst satellietopnamen van het gebied werden gemaakt. Vanuit de lucht werden de immense contouren ineens zichtbaar. De opvallende steile wanden bleken met elkaar in verband te staan, het bleek een immense kraterrand te zijn. De rest was door de jaren heen door erosie verdwenen.

Het halve park is dus feitelijk een vulkaankrater. Toen de bodem intensief werd onderzocht kwam het ‘monster’ in beeld. Op zo’n 5 kilometer onder de grond is gesmolten steen te vinden, terwijl de eigenlijke magmazee zich op 10 tot 15 kilometer diepte bevindt. De doorsnee daarvan wordt geschat op maar liefst 15.000 kubieke kilometer. Fluctuaties in de magmazee zorgen voor alle activiteit die aan het aardoppervlak plaatsheeft.

Wetenschappers hebben berekend dat de vulkaan om de 600.000 tot 680.000 jaar tot leven komt. Met catastrofale gevolgen. Inmiddels zijn er weer zo’n 640.000 jaar voorbij. Het zou volgens de wetenschappers best wel eens kunnen zijn dat de vulkaan net zo stipt is als de beroemde geiser Old Faithfull, die op vaste tijden een 60 meter hoge fontein laat zien.

Niet alleen liefhebbers van geologie kijken hier hun ogen uit. De vulkaan heeft een bijzonder landschap gecreëerd, waar kloven, bossen, alpenweides en meren elkaar afwisselen. Met talloze bijzondere attracties. En het is typisch Amerikaans ingericht; het merendeel is met de auto goed bereikbaar.

Het gebied is bekend geworden door de fameuze Meriwether Lewis en William Clark-expedities. Die dit gebied overigens niet ontdekten. Wel was de eerste blanke die het gebied betrad hun gids John Colter. De militairen Lewis en Clark hadden de opdracht een weg te vinden over de Rocky Mountains naar de Grote Oceaan. Hun ontdekkingstochten zijn door de bijgehouden dagboeken wereldberoemd geworden.

Maar het was Colter, die op zijn weg terug een uitstapje maakte om te jagen en prompt Yellowstone ontdekte. Het was toen 1807. Bij zijn thuiskomst verhaalde hij over de woestheid van het gebied, waardoor het de bijnaam ‘Colter’s Hell’ kreeg. En die ‘hel’ is nu één van de grootste toeristische attracties ter wereld. Yellowstone is tegenwoordig ook beroemd vanwege zijn dieren die er leven. En die relatief eenvoudig te spotten zijn. Naast grijze wolven kun je hier diverse soorten herten, beren en veel vogels tegen komen.

Door de vulkaanuitbarstingen in het verre verleden zijn onder een dikke laag as talloze versteende bomen te vinden. Specimen Ridge is de bekendste plek, waar onder meer stompen van reuzenseqoia’s staan. In totaal zijn hier restanten van zo’n 150 uitgestorven bomen- en plantensoorten gevonden. Tegenwoordig zijn het vooral boomsoorten als de veel voorkomende draaiden, douglassparren en pijnbomen die het gezicht bepalen. Van de loofbomen zijn vooral esp en wilg veel te zien.

In het park zijn maar liefst 1.700 soorten planten geteld. Eén daarvan is heel bijzonder. De ‘Abronia ammophila’ (of Yellowstone sand verbena) groeit -en bloeit- op de stranden van het Yellowstone-meer in het park. Deze soort komt verder nergens ter wereld voor. Wel zijn er nog andere dertig soorten in deze plantenfamilie, maar die leven allemaal in warmere streken. Maar door het bijzondere klimaat heeft de plant zich aan de omstandigheden aan kunnen passen door bijvoorbeeld in de ijskoude winter een soort winterslaap te houden.

Beste tijd:
Voorjaar
In juni is het relatief rustig en dan worden de meeste beren gezien, die na hun winterslaap op zoek zijn naar voedsel. Waarbij ze bijvoorbeeld veel bessen eten. In die maand zijn er ook talloze wilde bloemen te zien. Net als in juli overigens.

Zomer
De bizons laten in juli hun paargedrag zien. In de zomer is het hier erg druk.

Najaar
In september kun je zien hoe de elanden elkaar opzoeken om te paren. September en oktober zijn ook relatief rustig wat toeristen betreft. De bomen laten dan hun kleurige bladeren vallen en de dieren bereiden zich voor op de winter.

Winter
Wie dit ruige gebied echt wil beleven, komt in de winter. Sneeuw, blauwe luchten en een waterig zonnetje maken het tot een bijzondere bestemming. Zeker in januari en februari, wat de beste tijd is om grijze wolven te zien. Let wel: sommige wegen zijn afgesloten en het kan dan echt koud zijn.

Let op!
Elk jaar raken hier toeristen gewond door wilde dieren. Niet omdat de dieren hen aanvallen, maar omdat de mensen te dichtbij komen (meestal voor een foto). Met name herten en bizons staan er om bekend toeristen redelijk dichtbij te laten komen. Totdat het genoeg is en de hoorns in de strijd worden gegooid. Bizons en wapiti’s verwonden hier jaarlijks meer mensen dan beren.

Het weer kan hier snel omslaan, dus wees altijd voorbereid op regen en wind, ook op een zonnige dag. Onweersbuien komen ook in de zomer voor, in de winter valt er veel en vaak sneeuw.

Wie gaat kamperen moet al het eten in speciale ijzeren containers doen. Zodat nieuwsgierige beren er niet bij kunnen. Voor in het wild kamperen zijn speciale brochures opgesteld zie je bijvoorbeeld het beste voedsel veilig (bijv. aan een tak in een boom) kan hangen.

Meer informatie:
www.nps.gov/yell/index.htm
www.yellowstonenationalpark.com